Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.3.6:2.3.6 Totstandkoming akkoord
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.3.6
2.3.6 Totstandkoming akkoord
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS446100:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regelingen van het akkoord in faillissement en surseance hebben sinds 15 januari 2005 een aantal wijzigingen ondergaan.1 Deze wijzigingen betreffen de totstandkoming van een akkoord. In de artt. 145 en 268 Fw zijn de vereiste stemverhoudingen aangepast in deze zin, dat voor aanneming van een akkoord niet langer een gekwalificeerde meerderheid is vereist. Bovendien geldt ook voor een akkoord in faillissement en surseance dat de rechter-commissaris onder bepaalde voorwaarden een aangeboden akkoord kan vaststellen als ware het aangenomen (artt. 146 en 268a Fw). Op deze twee punten is de regeling van art. 332 lid 3 aanhef en onder b en lid 4 aanhef en onder b Fw integraal overgenomen voor het akkoord in faillissement en surseance. Het valt echter op dat de wetgever zich bij de wijziging van de artt. 145 en 268 Fw niet heeft willen branden aan het controversiële punt dat ook andere groepen schuldeisers dan concurrente schuldeisers aan een akkoord gebonden kunnen raken.2