Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/398
Ontoereikend gemotiveerde verwerping van verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege het ontbreken van de vereiste belangenafweging.
HR 03-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:329
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04205
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:329, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1307, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑07‑2024
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
Verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak op de grond dat de verdachte mogelijk geen weet heeft van de zitting door het hof verworpen, omdat niet is gebleken dat de verdachte gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht. De in cassatie tegen dit oordeel gerichte klacht slaagt.
Samenvatting
Het hof heeft het verzoek van de raadsman tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting, omdat de verdachte mogelijk geen weet heeft van de zitting, afgewezen, op de grond dat door de raadsman onvoldoende redenen zijn aangedragen om de behandeling van de zaak aan te houden. Nu het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.