Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.8.5
11.8.5 Te betalen rente
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258346:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 72, onderdeel c, DWU is de implementatie van Decision 3.1. Treatment of interest charges in the Customs value of imported goods. (Adopted, 9th meeting, 26 April 1984)
HvJ EEG 4 juni 1992, nr. C-21/91 (Wünsche Handelsgesellschaft International GmbH & Co. tegen Hauptzollamt Hamburg-Jonas), ECLI:EU:C:1992:248, r.o. 22 en HvJ EG 29 mei 1997, nr. C-93/96 (Indústria e Comércio Têxtil SA (ICT) tegen Fazenda Pública), ECLI:EU:C:1997:265, r.o. 22.
HvJ EEG 4 juni 1992, nr. C-21/91 (Wünsche Handelsgesellschaft International GmbH & Co. tegen Hauptzollamt Hamburg-Jonas), ECLI:EU:C:1992:248, r.o. 19.
HQ 543765 van 8 augustus 1986, HQ 544610 van 23 december 1991 en HQ 545606 van november 1994.
HQ 546070 van 25 april 1996 en HQ 546349 van 23 augustus 1996.
HvJ EEG 20 november 2003, nr. C-152/01 (Kyocera Electronics Europe GmbH tegen Hauptzollamt Krefeld), ECLI:EU:C:2003:623, r.o. 43.
De niet in de douanewaarde te begrijpen rente zoals bedoeld in artikel 72, onderdeel c, DWU1 betreffen rentes die een koper maakt in verband met de voor de ingevoerde goederen gesloten financieringsovereenkomst. De financieringsovereenkomst waaruit de te betalen rentes volgen kunnen verband houden met betalingstermijnen die de koper met een verkoper of een derde (die de aangekochte goederen voorfinanciert) persoon heeft afgesproken.2 Indien de rentes ten aanzien van een door een verkoper verleende betalingstermijn afzonderlijk op de factuur zijn opgevoerd, wordt aangenomen dat de koper heeft ingestemd met de verschuldigde rentekosten.3 Het gaat niet om rentekosten die de verkoper beloopt en doorbelast aan de koper in het kader van de verkoop van de ingevoerde goederen.4 Rentekosten komen in aanmerking als aftrekpost ongeacht of de financiering door de verkoper of door een andere persoon wordt verstrekt (zoals bijvoorbeeld een bank), mits de financieringsovereenkomst schriftelijk is en de koper, desgevraagd, kan aantonen dat:
De ingevoerde goederen werkelijk tegen de prijs die als werkelijke betaalde of te betalen prijs is aangegeven, worden verkocht; en
De gevraagde rentevoet niet hoger is dan in het land waar en op het tijdstip waarop de financiering heeft plaatsgevonden voor dergelijke transacties gebruikelijk is.
Indien de koper aan de verkoper de rentekosten vergoedt, zal ten aanzien van de eerste voorwaarde niet alleen uit een financieringsovereenkomst moeten volgen dat de betaling van de koper aan de verkoper ten dele bestaat uit rentekosten, maar zal de verkoper dit ook als zodanig overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen in zijn boekhouding moeten opvoeren.5
De te betalen rente moet kunnen worden onderscheiden van de werkelijk betaalde of te betalen prijs (onderdeel 11.8.2). Dit is reeds mogelijk wanneer de douaneautoriteiten op het moment van de aanvaarding van de douaneaangifte alleen beschikken over de factuur met de nettoprijs van de goederen, en hieruit – evenmin als uit de douaneaangifte – expliciet noch impliciet blijkt dat de koper in het kader van de betrokken import aan de verkoper interesten heeft betaald of moet betalen.6