Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.3.1
5.7.3.1 Legislatieve beïnvloeding
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396049:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie meer in het algemeen Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 112 (controle) en 122 (maatregelen en sancties).
Zie hieromtrent De Moor-van Vugt 2000, p. 228 e.v.; Michiels 1996. Zie ook de jaarlijkse rapporten van de Europese Commissie over de bescherming van de financiële belangen van de EU en het gevecht tegen fraude. Dat de Europese Commissie het ook niet altijd zo nauw nam met de Europese regels blijkt uit de rapporten van het Comité van onafhankelijke deskundigen: eerste rapport over beweerde gevallen van fraude, wanbeheer en nepotisme bij de Europese Commissie, d.d. 15 maart 1999.
Zie onder meer het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over het begrotingsjaar 2009, p. 12. Zie hieromtrent ook Van den Brink & Den Ouden 2012.
Zie hieromtrent De Moor-van Vugt 2012.
Zie over deze ontwikkeling ook al B.P. Vermeulen 1993, p. 65.
Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie mogen bepalingen van nationaal recht er niet toe leiden dat de uitvoering van de Europese regelgeving nagenoeg onmogelijk wordt of dat afbreuk wordt gedaan aan de doeltreffendheid ervan. Zie HvJEG 13 september 2001, C-374/99 (Spanje/Commissie), Jur. 2001, p. 1-5943, r.o. 33; HvJEG 14 december 2000, C-110/99 (Emsland-Starke), Jur. 2000, p. 1-11569, r.o. 54; HvJEG 21 september 1983, 205/82-215/82 (Deutsche Milchkontor), Jur. 1983, p. 2633, r.o. 19.
COM (2012) 363 def.
Zie de artikelen 8 en 9 van het voorstel.
Om te waarborgen dat de Europese subsidieregelgeving door de lidstaten ook daadwerkelijk wordt gehandhaafd en zo de financiële belangen van de EU afdoende worden beschermd, heeft de EU de afgelopen decennia door middel van het vaststellen van meer en strengere Europese handhavingsbepalingen haar greep op de handhavingspraktijk in de lidstaten verstevigd.1 Lidstaten bleken en blijken het niet altijd even nauw te nemen met de controle en handhaving van Europese subsidieregelgeving.2 De omstandigheid dat de Europese Rekenkamer nog nooit heeft geoordeeld dat de onderliggende betalingen in het kader van de Eu-subsidies wettig en regelmatig waren, zegt in dat verband genoeg.3 De afgelopen decennia maakte de EU veel werk van de bescherming van haar financiële belangen. Zo is in 1995 de Verordening nr. 2988/95 vastgesteld, waarin een gemeenschappelijk Europees juridisch kader is neergelegd voor de bescherming van de financiële belangen van de EU, inhoudende algemene bepalingen over onder meer onregelmatigheden, controles, administratieve sancties en maatregelen.4 Binnen het kader van deze verordening treedt in de specifieke Europese subsidieregelgeving steeds meer een verschuiving op van algemene handhavingsverplichtingen aangevuld met de nog te bespreken jurisprudentiële eisen — naar zeer concrete bepalingen over het houden van controles en het opleggen van administratieve sancties en maatregelen. Met name op het gebied van de landbouwsubsidies voorziet de Europese subsidieregelgeving in (steeds meer) gedetailleerde controle- en sanctiestelsels 5
Zie bijvoorbeeld artikel 30 e.v. van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (bedrijfstoeslag) waarin exact is voorgeschreven hoeveel controles ter plaatse jaarlijks moeten worden verricht, hoe de selectie van de steekproef voor controles moet plaatsvinden en met behulp van welke technieken de controles ter plaatse moeten worden verricht.
In veel gevallen zijn aanvullende (strengere) nationale controles en sancties uitdrukkelijk toegestaan. Wat betreft de toepassing van de voorgeschreven Europese controles, maatregelen en sancties geldt het beginsel van procedurele autonomie: voor zover het Europese recht niet anders bepaalt, worden de procedures betreffende toepassing geregeld door het nationale recht van de lidstaten. Deze bepalingen van nationaal recht moeten uiteraard voldoen aan de in de volgende paragraaf te bespreken jurisprudentiële eisen.6 Inmiddels heeft de Europese Commissie op 11 juli 2012 een voorstel ingediend voor een Richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt.7 In dat voorstel is niet alleen bepaald dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat fraude strafbaar wordt gesteld, maar het bevat ook een regeling omtrent minimumgevangenisstraffen.8 Als dit voorstel wordt aangenomen, betekent dit dat de inzet van het strafrecht voor de bescherming van de financiële belangen van de EU Unierechtelijk zal worden genormeerd.