Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/6.3.4
6.3.4 Citoyenneté de la Nouvelle-Calédonie: differentiatie met behoud van uniformiteit
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181102:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Nic MacLellan, ‘The Noumea Accord and Decolonisation in New Caledonia’, The Journal of Pacific History, vol. 34, no 3, 1999.
Dit akkoord werd gesloten door de Franse regering, de onafhankelijkheidsbeweging Kanak (Front de Libération Nationale Kanak et Socialiste) en de conservatieve partij Rassemblement Pour la Calédonie dans la République.
Ten aanzien van de vraag wie kiesgerechtigd was tijdens het referendum van 1998, zie Loi no 88-1028 du 9 novembre 1988 portant dispositions statutaires et préparatoires à l’autodétermination de la Nouvelle-Calédonie en 1998, in het bijzonder art. 2: “Entre le 1er mars et le 31 décembre 1998, les populations intéressées de la Nouvelle-Calédonie seront appelées à se prononcer par un scrutin d’autodétermination, conformément aux dispositions de l’article 53 de la Constitution, sur le maintien du territoire dans la République ou sur son accession à l’indépendance. Seront admis à participer à ce scrutin les électeurs inscrits sur les listes électorales du territoire à la date de cette consultation et qui y ont leur domicile depuis la date du référendum approuvant la présente loi. Sont réputées avoir leur domicile dans le territoire, alors même qu’elles accomplissent le service national ou poursuivent un cycle d’études ou de formation continue hors du territoire, les personnes qui avaient antérieurement leur domicile dans le territoire.”
Noch het akkoord van Nouméa, noch deze organieke wet laat het woord ‘autonomie’ vallen.
Art. 185 Loi n° 99-209 organique du 19 mars 1999 relative à la Nouvelle-Calédonie.
Art. 4 van de organieke wet luidt: “Il est institué une citoyenneté de la Nouvelle-Calédonie dont bénéficient les personnes de nationalité française qui remplissent les conditions fixées à l’article 188.” Art. 188 van de organieke wet luidt: “I. - Le congrès et les assemblées de province sont élus par un corps électoral composé des électeurs satisfaisant à l’une des conditions suivantes: a) Remplir les conditions pour être inscrits sur les listes électorales de la Nouvelle-Calédonie établies en vue de la consultation du 8 novembre 1998;b) Etre inscrits sur le tableau annexe et domiciliés depuis dix ans en Nouvelle-Calédonie à la date de l’élection au congrès et aux assemblées de province; c) Avoir atteint l’âge de la majorité après le 31 octobre 1998 et soit justifier de dix ans de domicile en Nouvelle-Calédonie en 1998, soit avoir eu un de leurs parents remplissant les conditions pour être électeur au scrutin du 8 novembre 1998, soit avoir un de leurs parents inscrit au tableau annexe et justifier d’une durée de domicile de dix ans en NouvelleCalédonie à la date de l’élection. II. - Les périodes passées en dehors de la Nouvelle-Calédonie pour accomplir le service national, pour suivre des études ou une formation ou pour des raisons familiales, professionnelles ou médicales ne sont pas, pour les personnes qui y étaient antérieurement domiciliées, interruptives du délai pris en considération pour apprécier la condition de domicile.”
Jean-Yves Faberon, ‘Qu’est-ce que la citoyenneté de la Nouvelle-Calédonie?’, in: JeanYves Faberon (red.), Citoyenneté et destin commune n Nouvelle-Calédonie, Presses Universitares d’Aix Marseille 2013.
Krachtens een uitspraak van de Conseil Constitutionnel op 15 maart 1999 zijn alle Franse burgers die gedurende minstens tien jaar woonachtig zijn in Nieuw-Caledonië kiesgerechtigd voor de provinciale vergaderingen. Conseil constitutionnel decision no 99-410 DC du 15 mars 1999; Nicolas Clinchamps, ‘Le Conseil constitutionnel face à l’autonomie de la Nouvelle-Calédonie’, Les nouveaux cahier du Conseil constitutionnel, no 35, 2012; Benoît Carteron, ‘La citoyenneté alédonienne, entre nationalismes et affirmation pluriculturelle’, HAL archives-ouvertes, halshs-01081498, 2014; MacLellan 1999, p. 249.
Zo bepaalt art. 6-2 onder 7: “Dans les matières qui relèvent de la compétence de l’Etat, sont applicables en Nouvelle-Calédonie les dispositions législatives et réglementaires qui comportent une mention expresse à cette fin. Par dérogation au premier alinéa, sont applicables de plein droit en Nouvelle-Calédonie, sans préjudice des dispositions les adaptant à son organisation particulière, les dispositions législatives et réglementaires qui sont relatives: 7° Aux droits des citoyens dans leurs relations avec les administrations de l’Etat et de ses établissements publics ou avec celles des communes et de leurs établissements publics; […].”
Zie voor de behandeling van het federale karakter dat Nieuw-Caledonië met zich brengt in het Franse recht: Nicolas Clinchamps, ‘Les Collectivités d’outre-mer et la Nouvelle-Calédonie: le fédéralisme en question’, Pouvoirs vol. 113(2), 2005; van dezelfde auteur zie ook: ‘Un fédéralisme interne en Nouvelle-Calédonie?’, Politeia, n.20, 2011; Olivier Gohin, ‘Comment dépanner l’accord de Nouméa? Réflexions sur les nouveaux transferts de competences’, AJDA, Paris: Dalloz 2008.
Maclellan 1999, p. 246. Zie ook J.Y. Faberon, Y. Gautier, Identité, nationalité, citoyenneté outré-mer, Paris 1999.
Nieuw-Caledonië wordt op grond van art. 24 van de organieke wet uit 1999 bevoegd verklaard om eigen regelgeving hierover uit te vaardigen. Deze bevoegdheid heeft geleid tot de volgende Nieuw-Caledonische loi du pays: Loi du pays no du 19 décembre 2016 relative à la protection, à la promotion et au soutien de l’emploi local pour l’accès aux fonctions publiques de Nouvelle-Calédonie.
Pas na een herzinningsperiode is door middel van een referendum aan de burgers van Nieuw-Caledonië gevraagd hoe zij de toekomst in willen gaan: als onderdeel van de Franse Republiek of als onafhankelijke staat in het volkenrecht. Op 4 november 2018 heeft dit referendum plaatsgevonden. Op deze datum heeft een meerderheid van de Nieuw-Caledoniërs ervoor gekozen om onderdeel uit te maken van de Franse Republiek. Zie Hierover nader: G. Karapetian, ‘Voulez-vous que la Nouvelle-Calédonie accède à la pleine souveraineté et devienne indépendante?’, RegelMaat 2019-3.
Nieuw-Caledonië is een archipel in de Stille Oceaan. De eilandengroep werd gedurende het Tweede Keizerrijk in 1853 veroverd door de Fransen. De eilanden werden aanvankelijk gebruikt als strafkolonie. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden meerderen gevangenen van de metropool overgeplaatst naar Nieuw-Caledonië. Thans is Titel XIII (Dispositions transitoires relatives à la Nouvelle-Calédonie) gewijd aan overgangsbepalingen met betrekking tot Nieuw-Caledonië. Aangemoedigd door de verkregen rechten na de Tweede Wereldoorlog (de eilandengroep werd in 1946 een TOM), ontstond een onafhankelijkheidsbeweging onder de oorspronkelijke bewoners van Nieuw- Caledonië, de Kanaken, in de jaren zestig van de vorige eeuw. De onafhankelijkheidsbeweging bereikte een keerpunt in 1984 toen de eilandengroep te maken kreeg met grote onlusten.1 Naar aanleiding hiervan werden veertien jaar later in Nouméa de akkoorden vastgelegd waarin de weg naar onafhankelijkheid werd uitgestippeld.2 Enkele speerpunten van dit akkoord van 19983 waren dat er een constitutionele wijziging diende plaats te vinden ten aanzien van de status van Nieuw-Caledonië als TOM en dat er een Nieuw-Caledonisch burgerschap voor Nieuw-Caledoniërs in het leven zou worden geroepen. Daarnaast was een relevant punt in dit akkoord dat er nieuwe politieke instituties zouden worden ingericht in Nieuw-Caledonië. Aan de afspraken werd uitvoering gegeven door de Loi organique n 99-209 du 19 mars 1999 relative à Nouvelle Calédonie.4 Het verdient opmerking dat deze organieke wet, die een uitvoering is van het akkoord van Nouméa, is aangenomen in het Franse Parlement, waar de Nieuw-Caledoniërs en alle andere Franse staatsburgers politiek zijn vertegenwoordigd.
De afspraak dat nieuwe politieke instituties zouden worden opgericht, kreeg uitvoering met de inrichting van drie Provinciale Vergaderingen voor respectievelijk de Zuidelijke Provincie van Nieuw-Caledonië (40 zetels), de Noordelijke Provincie (22 zetels) en tot slot de zogenoemde Province des îles Loyauté (14 zetels). Ook werd een Nieuw-Caledonisch parlement ingericht, bestaande uit 54 zetels, waarbij 32 worden gekozen door vertegenwoordigers van de zuidelijke provincie, 15 zetels door de vertegenwoordigers van de noordelijke provincie en 7 zetels door de vertegenwoordigers van de Province des îles Loyauté.5 Dit parlement van Nieuw-Caledonië wordt gekozen voor een periode van vijf jaar. Kiesgerechtigden voor de Provinciale Vergaderingen zijn Nieuw- Caledoniërs. Bovengenoemde organieke wet installeert tevens het Nieuw-Caledonische burgerschap.6 Een relevant criterium ter verkrijging van het Nieuw- Caledonische burgerschap is dat men het Franse burgerschap bezit en minstens tien jaar in Nieuw-Caledonië verblijft.7 Dit heeft tot gevolg dat Nieuw-Caledoniërs naast het kiesrecht voor de Provinciale Vergaderingen van de eilandengroep, tevens het kiesrecht hebben voor de Assemblée nationale uit hoofde van hun Franse burgerschap.8 De Nieuw-Caledoniërs worden ook in de Senaat vertegenwoordigd. De organieke wet uit 1999 legt tevens vast dat de eilandengroep niet de bevoegdheid bezit om beperkingen aan te brengen met betrekking tot het Franse burgerschap en de rechten en plichten die daaruit voortvloeien.9 Hierin komt het uniforme karakter van het Franse burgerschap tot uiting. De delen van de Republiek hebben niet de bevoegdheid om de rechten en plichten die voortvloeien uit het Franse burgerschap aan te vullen of te beperken.10
Dit burgerschap van Nieuw-Caledonië is naast de politieke betrokkenheid van de burgers, tevens relevant bij een mogelijk onderscheid tussen Nieuw- Caledoniërs en niet-Nieuw-Caledoniërs op het gebied van de werkgelegenheid op de eilandengroep.11 Art. 24 van de organieke wet uit 1999 maakt het mogelijk dat Nieuw-Caledonië regelingen treft teneinde de lokale werkgelegenheid te beschermen. Daarbij kan voorrang worden verleend aan burgers van Nieuw-Caledonië boven Franse staatsburgers die niet in het bezit zijn van het Nieuw-Caledonische burgerschap.12 Met betrekking tot het reis- en vestigingsrecht geldt dat Franse staatsburgers buiten Nieuw-Caledonië vrij kunnen reizen en zich vrij kunnen vestigen op Nieuw-Caledonië. Het is bovendien van belang op te merken dat het eigen burgerschap voor de Nieuw-Caledoniërs de bevolking van de eilandengroep niet eraan in de weg staat om mee te doen aan het politieke leven van de metropool. Zoals zal blijken uit de volgende paragraaf zijn Nieuw-Caledonische Franse burgers tevens vertegenwoordigd in het nationale Franse parlement.13 Het uniforme karakter van het Franse burgerschap komt ook in dit opzicht nadrukkelijk naar voren.
In de volgende paragraaf wordt de huidige stand van het recht weergegeven ten aanzien van het kiesrecht en de politieke representatie in het Franse nationale parlement.