Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/8.5.2
8.5.2 Een landelijk verspreid dagblad
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250369:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het Nederlands Dagblad had in 1991 een oplage van 25.496 abonnees en een losse verkoop van 25 stuks per dag (zie Hof Amsterdam (OK) 29 juli 1993, NJ 1994/132 (Teeuwissen/Teletrade), r.o. 3.14). Het Reformatorisch Dagblad had in 2001 een oplage van circa 57.810 abonnementen en was daarnaast bij enkele tientallen verkooppunten in Nederland los te koop (zie Rb. ’s-Hertogenbosch 21 februari 2002, ECLI:NL:RBSHE:2002:AD9620 (Landis/Norted International), r.o. 4.4).
Hof Amsterdam (OK) 29 juli 1993, NJ 1994/132 (Teeuwissen/Teletrade), r.o. 6.5 en Rb. ’s-Hertogenbosch 21 februari 2002, ECLI:NL:RBSHE:2002:AD9620(Landis/Norted International), r.o. 4.4.
L. Timmerman 1993, p. 328 en Ten Voorde 2006, p. 94-95.
Ten Voorde 2006, p. 95.
Zie § 8.5.1.
Er bestaat geen overzicht van landelijk verspreide dagbladen in Nederland. Ook de wet kent geen definitie van een landelijk verspreid dagblad. De jurisprudentie biedt wel enig inzicht waaraan een dergelijk dagblad moet voldoen. Zo kwalificeren het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad niet als een landelijk verspreid dagblad omdat zij een (relatief) beperkte oplage1 hebben en zich richten op een specifieke doelgroep in Nederland – lezers met een orthodoxe-protestante, respectievelijk een gereformeerde achtergrond.2
Op basis van de jurisprudentie zijn drie criteria te noemen waaraan een landelijk verspreid dagblad (ten minste) moet voldoen. Ten eerste moet het dagblad zich richten op een algemeen publiek in Nederland en mag het niet bedoeld zijn voor een specifieke doelgroep van culturele, religieuze of andere aard. Daarnaast moet het dagblad in heel Nederland beschikbaar zijn, en tot slot moet het een relatief grote oplage hebben.3 Met betrekking tot de oplage van de krant zou niet alleen rekening moeten worden gehouden met de abonnementen voor de papieren krant en losse verkoop, maar ook met abonnementen voor toegang tot de website. Evenals Ten Voorde meen ik dat een landelijk verspreid dagblad daarnaast al enige tijd moet worden uitgegeven, algemeen bekend moet zijn in Nederland en dat derden oude exemplaren van het dagblad moeten kunnen opzoeken.4
In verband met de onduidelijkheid over welke dagbladen kwalificeren als een landelijk verspreid dagblad en de terugloop van de oplages van dagbladen, kan worden getwijfeld aan de effectiviteit van dit middel om crediteuren te attenderen op de mededeling van een moedermaatschappij van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. Ten eerste kunnen crediteuren niet precies weten welke dagbladen ze moeten bijhouden en daarnaast loopt het belang van het dagblad als bron van informatie in zijn algemeenheid steeds verder terug. De digitalisering van de samenleving en de huidige technische mogelijkheden bieden mijns inziens een eenvoudiger en effectiever alternatief. In de vorige paragraaf heb ik opgemerkt dat de Kamer van Koophandel naar mijn mening een systeem zou moeten aanbieden waarbij derden automatisch een notificatie kunnen krijgen als met betrekking tot een bepaalde rechtspersoon stukken zijn gedeponeerd bij het handelsregister.5 Een crediteur kan dan instellen dat hij een bericht krijgt als de moedermaatschappij een mededeling deponeert van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. In dat geval is mijns inziens voldoende gewaarborgd dat een crediteur op de hoogte kan zijn van dit voornemen. De mogelijkheid om een notificatie te krijgen, zou mijns inziens de aankondiging in een landelijk verspreid dagblad kunnen vervangen. Deze aankondiging kan dan worden geschrapt uit art. 2:404 lid 3 BW als voorwaarde om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen.
Voor het geval dat het nog een brug te ver is om van de Kamer van Koophandel te vragen om een systeem aan te bieden waardoor derden automatisch notificaties kunnen krijgen, wijs ik ook op een minder ingrijpende aanpassing die Maatman en Verbrugh in 1996, respectievelijk 2007 al hebben genoemd met betrekking tot de aankondiging van partijen in een landelijk verspreid dagblad dat zij voornemens zijn om te fuseren.6 Zij stellen voor dat dergelijke aankondigingen alleen nog mogen worden geplaatst in de Staatscourant. Toegepast op het groepsregime zou art. 2:404 BW zo kunnen worden gewijzigd dat een moedermaatschappij de aankondiging dat en waar de door haar gedeponeerde mededeling van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen ter inzage ligt, moet plaatsen in de Staatscourant. Dit biedt de moedermaatschappij en de crediteuren meer zekerheid ten opzichte van de huidige regeling. De moedermaatschappij weet waar zij de aankondiging moet plaatsen en de crediteuren weten waar zij deze kunnen opzoeken. Crediteuren hoeven dan niet meer alle landelijk verspreide dagbladen te controleren, maar enkel nog de Staatscourant. Tot slot merk ik op dat de Staatscourant, in tegenstelling tot de meeste landelijk verspreide dagbladen, in zijn geheel digitaal vrij toegankelijk is.