Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.19.1:4.19.1 Motie-Nypels over recht en rechtsbescherming 1980
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.19.1
4.19.1 Motie-Nypels over recht en rechtsbescherming 1980
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977210:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1979/80, 15800-VI, nr. 56 (Justitiebegroting op 6 februari 1980).
Kamerbrief van 4 september 1980, kenmerk VO/VP-7540 (Maatschappijleer examenvak).
Het juridisch/politieke domein vormt de kern van staatsburgerlijke vorming.
In mei 1984 deelt de staatssecretaris het streven naar recht als apart vak bij de vruchteloze initiatieven in: ‘Staatsburgerlijke vorming en elementaire rechts- en wetskennis horen bij maatschappijleer’; cf. J.J. Groot, ´Staatssecretaris Ginjaar-Maas: Economie voor iedereen´, TEO 1984, 6, p. 181.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de bij de behandeling van de Justitiebegroting voor 1980 aangenomen motie-Nypels (D’66) komt een ongerustheid naar voren over het verdwijnen van het juridisch onderwijs uit het vwo/havo.1 De motie vraagt bepaalde delen van het recht en de rechtsbescherming bij maatschappijleer op te nemen. Te denken valt aan de beginselen van het straf- en burgerlijk recht en rechtsbescherming jegens de overheid. De motie is mede-ondertekend door Kosto (PvdA), Ginjaar-Maas (VVD), Tripels (VVD) en Kappeyne van de Coppello (VVD) en wordt - met alleen de Boerenpartij tegen - aangenomen.
Ginjaar-Maas: Examen maatschappijleer met staatsinrichting en recht mogelijk
Bij de behandeling van de Justitiebegroting voor 1981 informeert Kappeyne van de Coppello (VVD) naar de uitvoering van de motie-Nypels. Staatssecretaris Ginjaar-Maas verwacht nog enige jaren nodig te hebben, alvorens hieraan uitvoering te kunnen geven. Dit komt doordat in 1985 de wens is geuit om nadere eisen voor recht en staatsinrichting op te nemen in het examenprogramma maatschappijleer.2 Hiervoor wordt ruimte gelaten aan het oordeel van de Kamer over de inrichting van het juridisch/politieke domein bij het vak maatschappijleer.3 Blijkbaar behoort Ginjaar-Maas niet langer tot het kamp van de voorstanders van invoering van recht als een apart vak.4 De Tweede Kamer verzoekt de VGN om het onderbrengen van staatsinrichting bij maatschappijleer te bekijken, wat ze direct afwijst: ‘Staatsinrichting en geschiedenis zijn in de Wvo gecombineerd. Dat vraagt geen onderzoek; bovendien vraagt een ontkoppeling van vakken een wetswijziging’.