Einde inhoudsopgave
RvdW 2019/948
Wet Bopz. Omzetting voorwaardelijke machtiging in voorlopige machtiging door geneesheer-directeur (art. 14d Wet Bopz); beroep op rechter (art. 14e Wet Bopz); toetsing ex nunc. Kan alcoholverslaving en/of drugsverslaving leiden tot toepassing Wet Bopz?; maatstaf.
HR 06-09-2019, ECLI:NL:HR:2019:1299
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 september 2019
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
19/01923
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS79714:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1299, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑09‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:568, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑05‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑04‑2019
- Wetingang
Samenvatting
Ingeval de geneesheer-directeur op de voet van art. 14d Wet Bopz besluit tot opneming van een betrokkene ten aanzien van wie een voorwaardelijke machtiging is verleend, kan de betrokkene overeenkomstig art. 14e lid 1 Wet Bopz een uitspraak van de rechter uitlokken. De rechtbank dient dan in volle omvang te onderzoeken of, beoordeeld naar de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.