Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.1:9.3.2.1 Artikel 14 lid 1 EU-Handvest
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.1
9.3.2.1 Artikel 14 lid 1 EU-Handvest
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976976:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A.P.M. Coomans, De internationale bescherming van het recht op onderwijs, (diss. Maastricht), Leiden: NJCM 1992, 20 (classificatie van fundamentele rechten als metarechten).
Artikel 165/166 VWEU; vgl. Vermeulen & Kuijer 1997.
Het EU-Handvest is door de Europese Raad van Nice eind 2000 vastgesteld, maar niet bindend in formele zin tot de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (1-12-2009).
Vgl. R. Boudewijn, ’Gaat de EU nu luisteren naar de burger? Niets dat daarop wijst’, Trouw 14 mei 2021, p. 21.
Vgl. Mentink & Vermeulen 2011, p. 44-47.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de bovengenoemde verdragen is het recht op onderwijs vastgelegd als een fundamenteel kinderrecht met een democratisch perspectief.1 De EU ziet voor de lidstaten een taak in de bijdrage aan de ontwikkeling van het algemeen vormend en beroepsonderwijs van een hoog gehalte (deugdelijkheid) en aan de stimulering van interstatelijke contacten voor de ondersteuning van onderwijs- en vormingsactiviteiten.2 Deze ondersteuning voor het recht op onderwijs en de onbelemmerde toegang tot de beroepsopleidingen en bijscholing volgt mede uit artikel 14 lid 1 EU-Handvest (20003, 2009) in relatie tot andere Europese verplichtingen en normen.4 Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (1 december 2009) kent de EU een supranationale grondrechtencatalogus, het al eerder genoemde Handvest van de grondrechten van de EU. Doordat het recht op onderwijs in de internationale verdragen is neergelegd, is de codificatie in onze constitutie achterwege kunnen blijven.5