Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.10.2:9.5.10.2 Het gebruik maken van inlichtingen en gegevens ten behoeve van een civielrechtelijke procedure op grond van de artikelen 81 EG en 82 EG
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.10.2
9.5.10.2 Het gebruik maken van inlichtingen en gegevens ten behoeve van een civielrechtelijke procedure op grond van de artikelen 81 EG en 82 EG
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581183:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze plicht geldt ook voor de vertegenwoordigers en deskundigen van de lidstaten die vergaderingen van het adviescomité bijwonen. Zie art. 28 lid 2 Verordening 1/2003.
GvEA EG 18 september 1996, zaak T-353/94 (Postbank), Jur. 1996, p.11-921, r.o. 63-67; Nazzini 2004, p. 237, § 8.89-8.91.
Nazzini 2004, p. 238, § 8.91.
Nazzini 2004, p. 230, § 8.66.
Nazzini 2004, p. 230, § 8.66.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In artikel 28 Verordening 1/2003 is bepaald dat de overeenkomstig de artikelen 17 t/m 22 Verordening 1/2003 verkregen inlichtingen slechts voor het doel mogen worden gebruikt waarvoor zij zijn ingewonnen. Daarnaast mogen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten, hun functionarissen, personeelsleden en andere onder het toezicht van de deze autoriteiten werkende personen — indusief functionarissen en ambtenaren van andere autoriteiten van de lidstaten — geen inlichtingen openbaar maken die zij uit hoofde van Verordening 1/2003 hebben verkregen of uitgewisseld en die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen.1 In artikel 28 lid 2 Verordening 1/2003 wordt wel een uitzondering gemaakt voor de uitwisseling en het gebruik van gegevens zoals bepaald in de artikelen 11, 1214, 15 en 27 Verordening 1/2003. Deze uitzonderingen gaan echter niet over het gebruik maken van de gegevens ten behoeve van een civielrechtelijke procedure.
In artikel 8 lid 2 Verordening 773/2004 wordt erop gewezen dat documenten waartoe de Mager toegang heeft gehad in het kader van de procedures die de Commissie op grond van de artikelen 81 EG en 82 EG voert, alleen door de klager mogen worden gebruikt voor gerechtelijke (civielrechtelijke) of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de artikelen 81 EG en 82 EG. Artikel 15 lid 4 Verordening 773/2004 bepaalt dat documenten die zijn verkregen in het kader van de op grond van artikel 15 Verordening 773/2004 verleende toegang tot het dossier — het betreft in dat geval partijen aan wie de Commissie een mededeling van punten van bezwaar heeft gericht alleen kunnen worden gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de artikelen 81 EG en 82 EG. Dergelijke gegevens mogen dus gebruikt worden in een civielrechtelijke procedure.
In de zaak Postbank zijn door het GvEA EG onder het oude regime van Verordening 17/62 drie argumenten aangevoerd voor het verstrekken van informatie aan de nationale rechter in civielrechtelijke procedures.2 In de eerste plaats vereist de gemeenschapstrouw (artikel 10 EG) dat de Commissie nationale rechters assisteert bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 EG. De gemeenschapstrouw zoals neergelegd in artikel 10 EG en de daaruit voortvloeiende samenwerkingsverplichting beperkt dan ook het bereik van artikel 287 EG en bepalingen van secundair gemeenschapsrecht. In de tweede plaats valt samenwerking met de nationale rechters buiten artikel 20 lid 1 van de toenmalige Verordening 17/62. In de derde plaats wordt de directe werking van de artikelen 81 en 82 EG aangetast ingeval per definitie alle documenten en informatie die zijn verkregen door de Commissie niet kunnen worden gebruikt in civielrechtelijke procedures. Onder het nieuwe regime van Verordening 1/2003 is het tweede argument (samenwerking met de nationale rechter valt buiten Verordening 17/62) komen te vervallen. De vraag is nu hoe artikel 28 lid 1 Verordening 1/2003 — waarin bepaald is dat de overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 22 verkregen inlichtingen slechts voor het doel mogen worden gebruikt waarvoor zij zijn ingewonnen — zich verhoudt tot de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechter en de directe werking van de artikelen 81 EG en 82 EG.3
In artikel 15 van Verordening 1/2003 is neergelegd dat de nationale rechter naar aanleiding van een procedure tot toepassing van artikel 81 EG of 82 EG de Commissie kan verzoeken inlichtingen waarover zij beschikt aan de nationale rechter te bezorgen. Zoals reeds besproken in § 5.4.9.3 (het stappenplan gebaseerd op de SamenwerkingsMededeling van de Commissie) kan het ook gaan om het advies van de Commissie betreffende de toepassing van het Europees mededingingsrecht. Voor wat betreft het openbaar maken van informatie door de Commissie aan de nationale rechter gelden op grond van artikel 15 Verordening 1/2003 de bepalingen betreffende de geheimhoudingsplicht ex artikel 28 Verordening 1/2003 niet.4 Dit brengt met zich mee dat de nationale rechter de Commissie om informatie mag vragen die door de Commissie is verkregen op grond van de artikelen 17 t/m 22 van Verordening 1/2003 en die van belang is voor de civielrechtelijke procedure.5 Uit het arrest Postbank lijkt te kunnen worden afgeleid dat er op grond van artikel 10 EG nog andere vormen van samenwerking kunnen bestaan buiten artikel 15 Verordening 1/2003 om. Als gevolg van de directe werking van de artikelen 81 en 82 EG moet het voor partijen ook mogelijk zijn om documenten en informatie in te brengen in een civielrechtelijke procedure. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat de documenten en informatie die zijn verkregen door de betrokkenheid bij procedures op grond van Verordening 1/2003 alleen mag worden gebruikt bij civielrechtelijke procedures die betrekking hebben op de artikelen 81 EG en 82 EG (en dus niet op bijvoorbeeld het nationaal mededingingsrecht). Daarnaast mag het niet gaan om zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie.