Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.10.2:9.10.2 De ondernemingskamer beslist over bezoldigingsverplichting
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.10.2
9.10.2 De ondernemingskamer beslist over bezoldigingsverplichting
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196958:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[339] In de eerste twee verschijningsvormen – beslissingen gericht op (slechts) aantasting van de bezoldigingsaanspraak en beslissingen gericht op zowel het aantasten van de aanspraak als een door de benoemde bestuurder vastgestelde vergoeding – beslist de Ondernemingskamer expliciet. Zij bepaalt uitdrukkelijk dat de vergoeding tijdelijk niet aan de geschorste bestuurder verschuldigd is.1 Die bepaling is niet altijd in het dictum opgenomen.2
De zinsnede – in de overwegingen of in het dictum – dat de vergoeding niet verschuldigd is, behelst een ingreep in een externe rechtsverhouding van de rechtspersoon. Die ingreep is gericht op een nieuwe, andere inrichting van zo’n rechtsverhouding voor de duur van de onmiddellijke voorziening. De wederpartij van de rechtspersoon in die rechtsverhouding, de te schorsen bestuurder, hoeft niet te verschijnen in de enquêteprocedure en doet dat ook niet altijd. Zelfs als hij verschijnt, gaat het debat vaak nauwelijks over de inhoud van zijn externe rechtsverhouding met de rechtspersoon. Men is bovendien niet altijd verdacht op een ingreep in een externe rechtsverhouding.3 Om deze redenen is de grootst mogelijke duidelijkheid geboden als de rechtspersoon van zijn bezoldigingsverplichting wordt ontheven. Alleen al daarom zou die beslissing (ook) in het dictum moeten staan.