Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.5.4.3:6.5.4.3 Ontslag getoetst aan ‘mix van omstandigheden’: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.5.4.3
6.5.4.3 Ontslag getoetst aan ‘mix van omstandigheden’: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943633:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het (voorgenomen) ontslag van bedrijfsmatig gedetacheerde arbeidskrachten wordt integraal getoetst. De omstandigheden en herplaatsingsmogelijkheden bij de laatste inlener, andere inleners en de detacheerder zelf zijn daarbij van belang, zoals omschreven in paragraaf 6.3.4.
De beoordeling is daarmee dus niet exact dezelfde als die plaatsvindt ten aanzien van ontslag van vergelijkbare werknemers van de inlener waar de arbeidskracht laatstelijk werkte. Dan zouden immers uitsluitend de omstandigheden en herplaatsingsmogelijkheden bij de laatste inlener relevant zijn. Ten aanzien van uitzendbureaus concludeerde ik al dat deze ongelijke behandeling gerechtvaardigd wordt, onder andere vanwege het feit dat voor het uitoefenen van de allocatiefunctie van belang is hoe de relatie tussen werknemer en uitzendbureau is. Nu bedrijfsmatige detacheerders zich meer dan uitzendbureaus profileren als werkgevers waar de interne relatie tussen werknemer en detacheerder aanzienlijke inhoud heeft, is van belang dat ook de omstandigheden bij de detacheerder zelf meespelen in de beoordeling van het ontslag. Daarnaast achtte ik relevant dat uitzendbureaus vanwege de allocatiefunctie herplaatsingsmogelijkheden bij verscheidene opdrachtgevers hebben, welke daarom ook moeten worden onderzocht. Dit geldt voor detacheerders eveneens des te meer. Vanwege de focus van detacheerders op scholing en ontwikkeling van hun werknemers, mag van hen aanzienlijke inspanning tot herplaatsing worden verwacht, niet alleen bij de laatste inlener, maar ook bij andere opdrachtgevers, en indien nodig met behulp van scholing. Daarbij geldt dat de integrale benadering ook voor de werknemer eerlijker is. Het geeft een compleet beeld van zijn dienstverband en bovendien meer kans op herplaatsing. De gevolgen van de integrale benadering zijn voor de werknemer dus als positief te beschouwen. Dit geldt ook voor werknemers van bedrijfsmatige detacheerders. De eventuele ongelijke behandeling die dit oplevert met vergelijkbare werknemers van de inlener is een gerechtvaardigd personeelsbeleid.