Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.3.6:4.10.3.6 De gerechtigde tot het afscheidingsrecht
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.3.6
4.10.3.6 De gerechtigde tot het afscheidingsrecht
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645036:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verkrijgt een ieder die door natrekking zijn recht heeft verloren een afscheidingsrecht? Nee. Anders dan bijvoorbeeld bij de actio ad exhibendum is slechts één partij gerechtigd tot het afscheidingsrecht. Over het algemeen komt het recht tot afscheiding toe aan degene die de zaak geleverd heeft. Dat kan de oorspronkelijke eigenaar zijn (hoofdregel) of een derde (lex specialis). Als geen sprake is van levering, de dief steelt een zadel en plaatst dit op zijn fiets, dan is de oorspronkelijke eigenaar de gerechtigde tot afscheiding.
Het recht tot afscheiding is een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW. Als een zekerheidsgerechtigde, wiens recht door natrekking is tenietgaan, de afscheiding wil bewerkstelligen, dan zal hij via cessie van het afscheidingsrecht door de oorspronkelijk gerechtigde gemachtigd moeten worden om de actie in te stellen. Hierbij geldt dat de verkrijger via cessie het afscheidingsrecht met dezelfde beperkingen verkrijgt die de oorspronkelijke gerechtigde ook had. Zo kan het afscheidingsrecht onder bepaalde omstandigheden tijdelijk uitgesloten zijn, bijvoorbeeld als een zaak onder eigendomsvoorbehoud is geleverd en afgesproken is dat de koopsom na vijf jaren voldaan wordt. Gedurende die vijf jaren is de scheidingsactie niet in te stellen. Deze afspraken heeft de pandhouder uiteraard ook te respecteren. Na de afscheiding verkrijgt hij wat hij vóór de verbinding had. Hij wordt dus geen eigenaar, maar pandhouder van de afgescheiden zaak. Hierin verschilt het afscheidingsrecht bijvoorbeeld van de actio ad exhibendum die elke belanghebbende kon instellen. Deze ruime reikwijdte zou echter voor het huidige recht een te grote inbreuk op de rechtszekerheid maken. De eigenaar van de hoofdzaak moet kunnen weten waar de zakenrechtelijke dreiging vandaan komt.