Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.4.2:1.4.2 (Rechts)feiten, (rechts)toestanden en (rechts)verhoudingen
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.4.2
1.4.2 (Rechts)feiten, (rechts)toestanden en (rechts)verhoudingen
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418623:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de overgang naar een nieuwe regeling draait het om de vraag aan welke feiten de nieuwe regeling rechtsgevolgen gaat verbinden en welke situaties door haar beheerst zullen gaan worden. Een feit waaraan het recht gevolgen verbindt, wordt een rechtsfeit genoemd. In het belastingrecht zijn er diverse vormen van rechtsfeiten. De belastbare feiten, zoals het verwerven van inkomen of het bezitten van vermogen, en de beboetbare feiten zijn wel de bekendste feiten waaraan het belastingrecht gevolgen verbindt. Daarnaast zijn er echter ook andere rechtsfeiten, zoals het indienen van een aangifte, het vaststellen van een aanslag en het beantwoorden van vragen van de inspecteur. Kenmerkend voor een feit is dat het gebonden is aan een moment.
Naast (rechts)feiten kunnen (rechts)toestanden worden onderscheiden. Een rechtstoestand is een door het recht bepaalde kwaliteit of feitelijke toestand die een duurkarakter heeft of waarvan de juridische gevolgen voortduren in het heden.1 Een toestand strekt zich derhalve over een periode uit. Enkele voorbeelden van rechtstoestanden die in het belastingrecht bestaan, zijn: subjectieve belastingplicht, het zijn van commanditair vennoot en het zijn van woningbezitter. Kenmerkend voor het belastingrecht is dat aan veel toestanden pas gevolgen worden verbonden op het moment dat zich een (belastbaar) feit voordoet. Het zijn van subjectief belastingplichtige heeft bijvoorbeeld geen betekenis zolang geen inkomsten worden genoten. Veel wetswijzigingen krijgen hierdoor pas betekenis op het moment dat sprake is van een rechtsfeit.2 Dat wil echter niet zeggen dat de met het rechtsfeit verband houdende (rechts) toestand irrelevant is. Indien de (rechts)toestand namelijk reeds voor aanvang van werking van de nieuwe regel bestond, kan sprake zijn van schending van gerechtvaardigde verwachtingen. Als bijvoorbeeld de deelnemingsvrijstelling per 1 januari 2009 zou worden afgeschaft, heeft dit geen gevolgen zolang er geen voordelen uit de deelneming worden genoten. Belastingplichtigen die op die datum een deelneming in de zin van art. 13 Wet VPB 1969 hebben (toestand), kunnen evenwel niet meer aan de gevolgen van de wetswijziging ontkomen. Hun verwachtingen ten aanzien van de fiscale behandeling van de voordelen uit de deelneming kunnen zijn geschaad.
Ten slotte wijs ik op de rechtsverhoudingen. Een rechtsverhouding geeft de relatie van juridische aard tussen twee of meer rechtssubjecten of tussen een rechtssubject en een rechtsobject aan. Voorbeelden van een rechtsverhouding zijn een dienstbetrekking en een recht van vruchtgebruik. In het kader van onderzoek naar overgangsrecht wordt dikwijls niet afzonderlijk aandacht aan de rechtsverhoudingen besteed.3 Binnen de afbakening van dit onderzoek tot de directe belastingen nemen de (rechts)verhoudingen voor wat betreft de ontwikkeling van richtlijnen voor overgangsbeleid mijns inziens geen andere positie in dan (rechts)toestanden. Ter bevordering van de leesbaarheid besteed ik in dit onderzoek daarom niet afzonderlijk aandacht aan de (rechts)verhoudingen.