Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.3.1.2:10.3.1.2 Amendement-Van den Hul (PvdA) c.s.: primaat van gelijkheid
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.3.1.2
10.3.1.2 Amendement-Van den Hul (PvdA) c.s.: primaat van gelijkheid
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977201:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de amendementen nrs. 10, 11 en 12 is bij de opsomming van kennis en respect ‘ras’ en geen ‘afkomst’, zoals in nr. 16 opgenomen.
Verslag van een wetgevingsoverleg, Handelingen I 2020/21, 53532, E, p. 66-67.
Ibid. en NJB, 27 november 2020, 42, p. 3198.
Toelichting bij amendement-Van den Hul c.s. (nr. 29).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het wetsvoorstel Verduidelijking van de burgerschapsopdracht wordt uiteindelijk door het amendement-Van den Hul (PvdA), Kwint (SP) en Westerveld (GL) - samengesteld uit door de regering ontraden amendementen nrs. 10, 11, 12 en 161 - wezenlijk gewijzigd. Amendement nr. 10 handelt over ‘het bijbrengen van kennis over in ieder geval de verschillen in godsdienst, levensbeschouwing, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid alsmede het principe dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden’, nr. 11 over ‘kennis over en acceptatie van in ieder geval – onder meer – geslacht, waaronder mede begrepen geslachtskenmerken, genderidentiteit, genderexpressie, nationaliteit, hetero- en homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat’, nr. 12 over ‘kennis over en respect voor de verschillen in – onder meer - geslacht, handicap en seksuele gerichtheid’, nr. 16 over ‘kennis over en respect voor de verschillen in – onder meer - afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid’.
Alle amendementen zijn door de regering ontraden vanwege de te specifieke gelijkheidseisen, die ‘een vreemde juridische figuur in het wetsvoorstel’ vormen en die niet op het niveau van de burgerschapsopdracht thuishoren. Ze brengen bovendien een disbalans tot stand met betrekking tot de drie basiswaarden van vrijheid, gelijk(waardig)heid en solidariteit. ‘Zo lijkt een onwenselijke hiërarchie van basiswaarden te ontstaan’, aldus de regering.2 Alle dicta raken aan de curricula, kerndoelen en eindtermen die in de context van Curriculum.nu nog gewogen worden. Ook de vraag of burgerschap een apart vak rechtvaardigt komt dan in beeld.3
De beraadslaging resulteert in het aangenomen amendement-Van den Hul c.s (nr. 29 ter vervanging van nr. 16), dat voorschrijft ‘het bijbrengen van kennis over en respect voor de verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden (lid 3 onder c) en (lid 3a) het zorgdragen voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten.4 Dat betekent het opdragen van verdraagzaamheid, hetgeen onder meer het respect voor het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 Gw) en de (seksuele) diversiteit inhoudt en in het licht daarvan de plicht van scholen om zorg te dragen voor een veilige omgeving.5 De indieners motiveren deze aanpassingen door te wijzen op de gevallen, waarin van de ouders op reformatorische scholen identiteitsverklaringen worden verlangd over de seksuele gerichtheid. Deze verklaringen impliceren immers - ten onrechte - dat seksuele diversiteit niet getolereerd wordt en dat homoseksualiteit verworpen wordt.6