Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.6.3
7.3.6.3 Fictief aanmerkelijk belang
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS456561:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 20-21.
De regeling van het zgn. fictieve aanmerkelijk belang is ook van toepassing als de erflater of degene van wiens zijde de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in de huwelijksgemeenschap vallen op zijn beurt reeds een zgn. fictief aanmerkelijk belang in de zin van art. 20d Wet IB, art. 20e Wet IB, art. 20f Wet IB, krachtens een ingevolge art. 20g Wet IB gestelde voorwaarde, art. 68a Wet IB of art. 68aa Wet IB in de vennootschap bezat. In dezelfde zin de Vakstudie in aantekening 23 op art. 20d Wet IB.
Aangezien onder de oude aanmerkelijkbelangregeling de aanmerkelijkbelang-kwalincatie van de erflater resp. degene van wiens zijde de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in de huwelijksgemeenschap vielen, niet (tevens) doorschoof naar de verkrijger krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht, ging de aanmerkelijkbelangclaim verloren als de verkrijger(s) krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht niet zelf volde(e)d(en) aan de (kwalitatieve en kwantitatieve) criteria voor de aanwezigheid van een aanmerkelijk belang. In de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is dit zgn. lek bij overlijden gedicht, doordat de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen ingevolge art. 20d, derde lid, Wet IB bij de erfgena(a)m(en) die niet voldoen aan de aanmerke-lijkbelangkwalificatie op grond van art. 20a, derde of vijfde lid, Wet IB, geacht worden tot een aanmerkelijk belang te behoren.1 De verkregen aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen worden dan voor zover het de vervreemdingsvoordelen betreft tot een zgn. fictief aanmerkelijk belang gerekend, zodat bij latere vervreemding van de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen alsnog de aanmerkelijkbelangclaim moet worden afgerekend. De regeling van het fictieve aanmerkelijk belang van art. 20d, derde lid, Wet IB is ook van toepassing als in geval van een verdeling van een nalatenschap of huwelijksgemeenschap de deelgerechtigden tot de nalatenschap of huwelijksgemeenschap na de verdeling ervan niet zelfstandig voldoen aan de aanmerkelijkbelangcriteria. Alsdan behoren de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen bij de desbetreffende erfgena(a)m(en) resp. huwelijkspartner tot een zgn. fictief aanmerkelijk belang in de zin van art. 20d, derde lid. Wet IB (zie over het zgn. fictieve aanmerkelijk belang uitgebreider hoofdstuk 9).2