De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/4.6.4.5.3:4.6.4.5.3 Geen toerekening op grond van artikel 6:77 BW vanwege ontbreken causaal verband
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/4.6.4.5.3
4.6.4.5.3 Geen toerekening op grond van artikel 6:77 BW vanwege ontbreken causaal verband
Documentgegevens:
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS367509:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Overijssel 18 november 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5058.
Rechtbank Overijssel 18 november 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5058, r.o. 4.10.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 oktober 2017, ECLI:NLGHARL:2017:8832.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
2. In een uitspraak van de Rechtbank Overijssel uit 2015 stond de aansprakelijkheid voor het gebruik van een MoM-heupprothese centraal.1 Sinds 2011 wordt het gebruik van deze heupprothese afgeraden omdat de prothese het risico blijkt te bevatten metaaldeeltjes af te scheiden die in het bloed van de patiënt terecht komen. Een patiënt had deze heupprothese in 2009 ontvangen in het kader van de behandeling van pijnklachten door kraakbeenverlies en cystevorming in de heup. Het ontvangen van de prothese leidt aanvankelijk tot herstel, maar uiteindelijk treden er (toenemende) pijnklachten op bij de patiënt. Bij verwijdering blijkt dat de steel van de heupprothese los zit en de rechtbank gaat ervan uit dat dit, en niet het mogelijke afscheiden van metaaldeeltjes door de MoM-prothese, de oorzaak van de pijnklachten van de patiënt was. De rechtbank komt tot de conclusie dat, nu de problemen veroorzaakt werden door een loszittende steel, van een tekortkoming door een ondeugdelijke hulpzaak geen sprake was. Volgens de rechtbank is er geen plaats ‘voor het oordeel dat de MoM-heupprothese in geval van eiser tot schade heeft geleid. De omstandigheid dat ervoor is gekozen direct de MoM-heupkom te vervangen maakt het voorgaande niet anders’.2 In 2017 wordt deze uitspraak door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.3 Het causale verband tussen de schade en de gestelde gebreken in de MoM-prothese ontbreekt omdat de schade het resultaat is van een loszittende steel. Derhalve wordt niet toegekomen aan de vraag of de MoM-heupprothese gebrekkig was en de hulpverlener aansprakelijk is voor het gebruik van een ongeschikte hulpzaak.