Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/7.4.5
7.4.5 Positie binnen de enquêteprocedure
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652503:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1967/68, 9596, 3, p. 6-7.
OK 10 december 1998, NJ 1999/390; JOR 1999/32, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Spiegelenburg).
OK 14 oktober 2021 (r.o. 2.2), ARO 2021/191 (Omines Services). Volgens Van Wees 2022, p. 514 wordt een verzoek tot kostenverhaal vaak tegelijk met een verzoek tot het vaststellen van wanbeleid behandeld.
HR 4 juni 1997 (r.o. 4.5.2), NJ 1997/671, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 1997/82, m.nt. F.J.P. van den Ingh (Text Lite).
Zie bijv. OK 10 september 1998 (r.o. 2.3), JOR 1999/3 (Visser Stroopwafels).
Na kennisneming van het onderzoeksverslag – na deponering van het onderzoeksverslag dus – kan de Ondernemingskamer beslissen op een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW. Uit de parlementaire geschiedenis valt af te leiden dat de minister meent dat de vaststelling van wanbeleid pas in een later stadium van de enquêteprocedure aan de orde komt dan de vaststelling van een onjuist beleid in het kader van een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek.1 Op zich is mogelijk dat de Ondernemingskamer een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek toewijst, zonder dat (reeds) een procedure tot de vaststelling van wanbeleid plaatsvindt, zoals in Spiegelenburg, maar noodzakelijk is dat niet.2 De Ondernemingskamer kan de behandeling van een verzoek tot kostenverhaal ook aanhouden voor de duur van de termijn van art. 2:355 lid 2 BW (par. 7.4.3).3 Kostenverhaal kan verder geïncorporeerd in een verzoek tot het vaststellen van wanbeleid worden verzocht.4 Niet mogelijk acht ik een anticiperende toepassing van art. 2:354 BW, nog voordat het onderzoek is gelast of afgerond (par. 7.4.6).
Onder omstandigheden kan er overigens in het geheel geen ruimte bestaan voor een kostenveroordeling op grond van art. 2:354 BW, als partijen als onderdeel van een schikking zijn overeengekomen dat zij over en weer niets meer van elkaar hebben te vorderen, hoegenaamd en uit welken hoofde dan ook.5
Na deponering van het onderzoeksverslag kan de Ondernemingskamer een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek toewijzen. Daartoe dienen de kosten van het onderzoek te zijn vastgesteld om de omvang van de vordering te kunnen bepalen. Een complicerende factor hierbij vormt de mogelijkheid van na de vaststelling van de kosten van het onderzoek opkomende kosten, zoals onkosten voor de bewaring (opslag) van het onderzoeksdossier, kosten van verweer tegen aansprakelijkstelling van de onderzoeker of kosten die de onderzoeker maakt ter toelichting van het onderzoeksverslag bij de behandeling van een tweede fase verzoek. Om voldoening van deze kosten zeker te kunnen stellen zou de onderzoeker mijns inziens de vrijheid moeten toekomen ook na deponering van het onderzoeksverslag verhoging van het onderzoeksbudget te verzoeken (par. 2.6.2), waarbij de Ondernemingskamer ook gebruik moet kunnen maken van deelvaststellingen van de kosten van het onderzoek (par. 2.8.4).
Een en ander hoeft voor het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek geen grote gevolgen te hebben. Dit verzoek kan pas worden toegewezen na kennisneming van het onderzoeksverslag, waarbij kan worden gebruikgemaakt van de dan actuele vaststelling van de kosten van het onderzoek. Maakt de onderzoeker hierna nog kosten van het onderzoek, en stelt de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek opnieuw op een hoger bedrag vast, dan kan de verzoeker mijns inziens opnieuw een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW tot de Ondernemingskamer richten, voor het meerdere. Omdat art. 2:354 BW niet een termijn van twee maanden na deponering van het onderzoeksverslag ter griffie verbindt aan het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek (par. 7.4.3), blijft dit gedurende een langere periode mogelijk.