Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/0.3
3. Het ‘waarom’, ofwel: de gronden van dit proefschrift
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS477337:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
De dubbelstudie (thans: duale master geheten) notarieel en fiscaal recht kan sinds enige jaren ook volledig in Nijmegen worden gevolgd. Een mogelijkheid die ‘in mijn tijd’ (helaas) nog niet aanwezig was.
J.W.A. Rheinfeld, Kavelruil: ruilen zonder huilen, scriptiereeks Instituut voor Agrarisch Recht, nr. 40.
Onder meer in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht, in het vakblad ‘de Boerderij’ en in de Notarisklerk.
Onder meer voor de Bond van Medewerkers in het Notariaat (BMN) en voor het Instituut na- en bijscholing voor notariële medewerkers (INM).
Wanneer ik mijn bijdrage uit 2006 in het Tijdschrift voor Agrarisch recht (J.WA Rheinfeld, ‘Werkt kavelruil nog?’, in: Agrarisch recht 2006/4) vergelijk met mijn bijdrages uit 2010 en 2013 in hetzelfde vakblad (J.W.A. Rheinfeld, ‘Kavelruil anno 2010: de stand van zaken’, in: Agrarisch recht 2010/9 en J.W.A. Rheinfeld, ‘Kavelruil thans 2013: de stand van zaken’, in: Agrarisch recht 2013/7-8), dan is deze groei voor mij als auteur zeer duidelijk zichtbaar.
Tot op heden is er reeds één concreet resultaat geboekt op dit vlak. Schols verwijst in zijn bijdrage aan het KNB-preadvies ‘Verdeling in de notariële praktijk’ naar het ‘fenomeen’ kavelruil. Zie B.M.E.M. Schols, “Verdeel en beheers de schenk-, erf- en overdrachtsbelasting’, in: Verdeling in de notariële praktijk, preadvies voor het wetenschappelijk congres van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie op 5 oktober 2012, Den Haag: Sdu Uitgevers 2012, p. 95.
J.W.A. Rheinfeld, “Werkt kavelruil nog?’, in: Agrarisch recht 2006/4.
J.W.A. Rheinfeld, ‘Kavelruil anno 2010: de stand van zaken’, in: Agrarisch recht 2010/9.
M. ter Horst, ‘Kavelruil is regelbrij’, in: Boerderij nr. 5, 2 november 2010.
A. Verduijn, J.W.A. Rheinfeld, ‘Historie van de kavelruil’, in: Bert van der Thoien in olie, voetbal en landbouw, Deventer: Kluwer 2011.
HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1262. Zie tevens onderdeel 4 hierna.
J.W.A. Rheinfeld, “Vrijstelling kavelruil terecht geweigerd’, in: NTFR 2012/2634
J.W.A. Rheinfeld, “De ene kavelruil is de andere niet’, in: FBN 2013/13.
J.W.A. Rheinfeld, “De ene kavelruil is de andere niet’, in: Notarisklerk 2013/7-8.
J.WARheinfeld, ‘Kavelruil anno 2013: de stand van zaken’, in: Agrarisch recht 2013/7-8.
J.W.A. Rheinfeld, ‘Kavelruil anno 2013: een fiscale ‘nabrander’, in: Agrarisch recht 2013/9.
M.n. in grenspost 2, hfdst. 11, onderdeel D, alsmede in de onderdelen B en C van de slotbeschouwing.
Vgl. de recente discussie in o.m. het NRC: http://www.nrc.nl/ombudsman/2014/01/ll/zelfplagiaat-nieuws-maar-hink-stap-sprong-in-duiding/, datum inzage 31 januari 2014.
In het kader van een inleidende beschouwing hadden de navolgende woorden, die een antwoord trachten te formuleren op de vraag ‘waarom kavelruil?’, vanwege het sterke autobiografische karakter, op het eerste gezicht beter in het voorwoord van dit onderzoek kunnen worden opgenomen. Niettemin heb ik de keuze gemaakt om op deze plaats (en derhalve niet in het voorwoord) mijn persoonlijke ervaringen met de kavelruil te beschrijven, omdat deze ervaringen een belangrijke pijler vormen onder dit onderzoek. Zonder een beschrijving van de rol van kavelruil in mijn persoonlijke en professionele ‘loopbaan’, zijn de keuze en het enthousiasme voor het onderwerp ‘kavelruil’, niet goed te verklaren. Daarnaast wordt de koers (en daarmee tevens de omvang) van dit onderzoek voor een belangrijk deel bepaald door deze ervaringen.
De kavelruil loopt als rode draad door mijn juridische leven. Min of meer toevalligerwijs stuitte ik, als notarieel student tijdens een stage op het notariskantoor waar ik na mijn studie ruim zes jaar als kandidaat-notaris werkzaam zou zijn, op een kavelruildossier. De mysterieuze term ‘kavelruil’ sprak mij direct aan en mijn interesse was gewekt. Geholpen en begeleid door een zeer ervaren klerk die, naar ik later zou ontdekken, met recht de plaatselijke ‘kavelruilgoeroe’ kon worden genoemd, heb ik het dossier tijdens mijn stage tot een goed einde gebracht. Mijn eerste schreden op het kavelruilpad waren daarmee gezet.
Het ter gelegenheid van de stage door mij opgestelde stageverslag bevatte een uitgebreide, stapsgewijze beschrijving van het door mij behandelde kavelruildossier. Ook was een korte beschouwing over de wettelijke basis van het landinrichtingsinstrument opgenomen. Het stageverslag kan daarmee worden aangeduid als mijn eerste aanzet tot een onderzoek naar het fenomeen kavelruil.
Ruim een jaar na de stage brak het moment aan waarop ik, ter gelegenheid van de afstudeerfase van mijn studie notarieel recht, een scriptie-onderwerp moest zoeken. Aangezien ik in datzelfde jaar (2003) tevens een start had gemaakt met de studie fiscaal recht in Tilburg1 diende, om de scriptie te kunnen gebruiken voor de afronding van beide studies, het onderwerp zowel notariële als fiscale aspecten te behelzen. Lang hoefde ik niet na te denken. De scriptie ‘Kavelruil: ruilen zonder huilen’2 zag medio 2004 het levenslicht. De kavelruil markeerde daarmee de afronding van mijn notariële en fiscale Studieperiode en de start van mijn notariële carrière.
Gedurende de zes jaren waarin ik als kandidaat-notaris werkzaam ben geweest, is de kavelruil nooit ver weg geweest. Behandeling van vele kavelruildossiers zorgden ervoor dat ik de kavelruil in de praktijk leerde doorgronden. Daarnaast werd de theoretische basis meer en meer uitgediept, hetgeen zich manifesteerde in diverse door mij gegeven cursussen over kavelruil en diverse bijdrages in vakbladen.3 Zo mocht ik in de periode 2004-2010 voor diverse instanties4 cursussen geven over agrarisch recht in het algemeen en kavelruil in het bijzonder. Ik heb mij in die periode steeds verder kunnen specialiseren en profileren op het gebied van de ‘kavelruilkunde’. De rol van kavelruil in mijn werkzame leven groeide mee met mijn ervaring als jurist.5
Na het verlaten van het notariaat in september 2010, ‘verhuisde’ de kavelruil met mij mee. Als juridisch adviseur bij Countus, een middelgrote accountants- en adviesorganisatie en een van de toonaangevende spelers op agro-gebied, mocht ik mijn agrojuridisch specialisme verder verfijnen. Waardevolle praktijkervaring werd aan mijn curriculum toegevoegd, doordat ik nu, meer dan in het notariaat bij de klanten aan ‘aan de keukentafel’ kon adviseren. Letterlijk ‘de boer op’ was het devies. In deze nieuwe adviseursrol heb ik de kavelruil nog dikwijls kunnen inzetten. Ook tijdens het verzorgen van in- en externe cursussen is de kavelruil altijd een dankbaar en waardevol onderwerp gebleven.
Onder het motto ‘de cirkel is rond’ verzorg ik sinds januari 2012, op de plek waar het allemaal begon, de Radboud Universiteit Nijmegen, colleges agrarisch recht aan studenten notarieel recht. Uiteraard heeft de kavelruil, naast de traditionele thema’s pacht, quota en toeslagrechten, een bescheiden, maar eervolle plek gekregen in het studieprogramma. Op deze wijze tracht ik mijn enthousiasme over en kennis van de kavelruil over te brengen op de studenten, in de hoop dat de notarieel-juridische aandacht voor de kavelruil ook in de toekomst gewaarborgd blijft.6
Daarnaast tracht ik er zelf aan bij te dragen dat de (wetenschappelijke) ‘spotlights’ op de kavelruil gericht blijven. Het aantal publicaties van mijn hand, waarin de kavelruil een hoofdrol speelde, nam gedurende de jaren toe. De bescheiden aanzet in het Tijdschrift voor Agrarisch recht uit 20067 kreeg vier jaar later een vervolg in hetzelfde blad.8 In datzelfde jaar verscheen een artikel over kavelruil in het agrarische vakblad ‘de Boerderij’, 9 in welk artikel een (kort) interview met mijzelf is opgenomen. Begin 2011 verscheen, ter gelegenheid van het afscheid van Bert van der Thoien, een liber amicorum waarin ik samen met collega André Verduijn een historisch overzicht van de kavelruil beschreef.10 Een jaar later was het de ‘beroemde’ (in kavelruilkringen althans) uitspraak van de Hoge Raad11 die de aanleiding vormde tot publicaties in achtereenvolgens het NTFR, 12 FBN13 en de Notarisklerk.14 Los daarvan verscheen in 2013 wederom een overzichtsartikel over de kavelruil in het Tijdschrift voor Agrarisch recht, 15 een maand later gevolgd door een ‘fiscale nabrander’.16 Tekstfragmenten uit beide laatste artikelen zullen op diverse plaatsen in dit in onderzoek17 worden (her)gebruikt. Uiteraard zullen op die plaatsen de verwijzingen naar de betreffende bronnen consequent worden opgenomen, zodat van een ongeoorloofde wijze van zelfplagiaat (mijns inziens) niet kan worden gesproken.18
Uit het voorgaande moge blijken dat de door mij positief beantwoorde vraag van mijn promotor, Bernard Schols om als buitenpromovendus een proefschrift te gaan schrijven qua onderwerpkeuze weinig hoofdbrekens opleverde: nog eenmaal zou ik de kavelruil onder de loep nemen en aan alle kanten belichten. Nu niet meer als stagiair, student, auteur van een juridisch artikel, cursusdocent of universitair docent, maar als wetenschapper en uiteraard tevens (nog steeds) als liefhebber. Onderhavig onderzoek kan dus worden beschouwd als mijn ultieme poging om alle tot op heden verzamelde kennis, passie en enthousiasme voor de kavelruil bijeen te brengen in een – bij wijze van spreken – liber amicorum’ aan dit landinrichtingsinstrument.