Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/8.4.3
8.4.3 De beperkingen van de rationaliteitassumptie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577853:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvb. Sunstein (2000). Binnen de economie wordt deze stroming 'behavioral economics' genoemd, met als onderstroom 'behavioral finance', vgl. G. Raaijmakers (2006), p. 17-18. Op het, aan de rechtseconomie ten grondslag liggende, uitgangspunt van de rationeel denkende en handelende mens is overigens ook uit door de zogenoemde 'law & literature' beweging kritiek geleverd; vgl. Gaakeer/Kerkmeester (1997), p. 22-23, met verdere verwijzingen.
Vgl. De Geest/Depoorter/Vanneste (2004), p. 1922. Met individueel optimale preferenties doelen zij op de aanname dat een individu volledige informatie heeft over de eigen behoeften en talenten en als gevolg daarvan ook optimale concrete preferenties heeft.
Vgl. Korobkin/Ulen (2000), p. 1053, die onder ander verwijzen naar de (cognitieve) psychologie en sociologie.
Zie Korobkin (2001), p. 327-328, die spreekt over 'behavioral economics' als 'experimental social science', met een verwijzing naar Posner die 'behavioral economics' zelfs 'antitheoretical' noemt (zie Posner (1998), p. 1552). Zie verder, over 'behavioral law & economics', Jolls/Sunstein/Thaler (2000), p. 14: 'The task of behavioral law and economics, simply stated, is to explore the implications of actual (not hypothesized) human behavior for the law'. Hierover G. Raaijmakers (2006), p. 17-18.
De Geest/Depoorter/Vanneste (2004), p. 1922-1923. Zie voor meer voorbeelden: G. Raaijmakers (2006), p. 18-20. Over de verhouding tussen de in de Nederlands effectenrechtelijke wet- en regelgeving opgenomen zorgplichten en 'behavioral fmance': Verschuuren (2007).
Vgl. De Geest/Depoorter/Vanneste die beschrijven op welke wijze de rechtseconomie door 'behavioral law & economics' is verrijkt en van mening zijn dat de 'rational choice' modellen hierdoor het paradigma zijn geworden van de nieuwe, geïntegreerde sociale wetenschappen (Geest/Depoorter/Vanneste (2004), p. 1922-1923 en p. 1929). Minder overtuigd hiervan zijn Croes/Niemeijer (2005), p. 637. Volgens Tjittes zijn de resultaten van het 'behavioral law & economics' onderzoek mager (Tjittes (2005), p. 1880).
Met De Geest/DepoorterNanneste (2004), p. 1922-1923 ben ik eens dat 'behavioral law & economics' moet worden gezien als een aanvulling op — in hun woorden 'verrijking' van de rechtseconomie.
Naast kritiek op de pretenties van de rechtseconomie, worden kritische kanttekeningen geplaatst bij een aantal uitgangspunten en vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan de rechtseconomie. Deze kritiek, die als kritiek op de rechtseconomie als zodanig kan worden beschouwd, is sinds het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw in omvang toegenomen. Daarbij is de belangrijkste stroming de zogenoemde "behavioral law & economics" beweging.1 De kern van deze stroming is dat de rechtseconomie ten onrechte uitgaat van de veronderstelling dat de mens een rationele actor is. Deze vooronderstelling — de rationaliteitassumptie — impliceert dat in rechtseconomische modellen mensen op het beslissingsmoment worden geacht, onder meer, geen denkfouten te maken. Zij zouden een perfecte wilskracht te hebben en individueel optimale preferenties hebben.2 Ook zouden zij in staat zijn alle relevante informatie te verwerken, te begrijpen en daar — rationele — gevolgen aan te verbinden.
Aanhangers van "behavioral (law &) economics" stellen hier tegenover dat uit uiteenlopende gedragswetenschappen3 blijkt dat in werkelijkheid mensen geen rationeel handelende wezens zijn. Empirische waarnemingen, hetgeen het uitgangspunt is van "behavioral (law &) economics"4, hebben aangetoond dat mensen bijvoorbeeld waarschijnlijkheden vaak foutief inschatten en de neiging tot zelfoverschatting hebben.5
Dat een op perfecte rationaliteit gebaseerd mensbeeld gebrekkig is, lijkt — ook voor rechtseconomen — niet (meer) ter discussie te staan. Wel bestaat verschil van inzicht over de mate waarin de rechtseconomie erin slaagt, of erin geslaagd is, om haar modellen aan de uitkomsten van "behavioral law & economics" aan te passen.6 Aan die discussie zelf schenk ik in deze studie verder geen afzonderlijke aandacht. Wel zullen, omdat ik mij kan vinden in de kritiek op de rationaliteitassumptie die voortvloeit uit de "behavioral law & economics" stroming, relevante bevindingen uit deze stroming worden belicht bij, en geïntegreerd met, de bespreking van de publicatieverplichtingen vanuit de rechtseconomische invalshoek.7