Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/2.5:2.5 Opbouw van begrotingsvoorstellen
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/2.5
2.5 Opbouw van begrotingsvoorstellen
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451663:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.1, derde lid, Cw 2016.
Artikel 2.1, vierde lid, Cw 2016.
Artikel 2.3, eerste lid, jo. artikel 2.2 Cw 2016.
Van den Bent 1991, p. 35.
Artikel 2.5 Cw 2016. De begrippen ‘verplichtingen’, ‘uitgaven’ en ‘ontvangsten’ worden nader uitgewerkt in de artikelen 2.14 en 2.15 Cw 2016.
Artikel 2.2 Cw 2016.
Artikel 2.5 Cw 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Iedere derde dinsdag van september worden op grond van artikel 65 juncto (hierna: jo.) artikel 105, tweede lid, Gw algemene begrotingswetten ingediend, die tezamen worden aangeduid als de rijksbegroting. Ieder ministerie heeft binnen de rijksbegroting een eigen begrotingswet.1 Daarnaast bestaat de rijksbegroting onder meer uit ramingen voor colleges als de Staten-Generaal en de Raad van State.2 Die verschillende begrotingen worden ieder bij wet vastgesteld en dus niet als één rijksbegroting.3
Deze methode kent verschillende voordelen.4 Zo hoeft er geen vertraging op te treden indien het parlement bezwaren heeft tegen een onderdeel van de rijksbegroting. De behandeling van de overige begrotingen kan dan immers worden voortgezet. Bovendien kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen slechts aannemen of verwerpen, en niet amenderen. Indien de Eerste Kamer bedenkingen heeft bij een onderdeel van de rijksbegroting en er zou sprake zijn van één wetsontwerp, dan zou zij slechts de gehele begroting kunnen verwerpen of over haar bezwaren heen moeten stappen. Door de rijksbegroting in verschillende begrotingen op te splitsen, is deze keuze enigszins subtieler.
Een afzonderlijke begroting bevat de ramingen van de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten.5 Een begroting bestaat uit twee onderdelen: een begrotingsstaat en een toelichting.6 De begrotingsstaat bevat de begrotingsartikelen, oftewel de bedragen die voor het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven op een bepaald deelterrein in het begrotingsjaar beschikbaar zijn.7