Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.12
8.12 Vereniging ter Behartiging van Onderwijs in Staatswetenschappen 1935
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977105:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Staatsinrichting is geen facultatief vak, maar behoort tot geschiedenis.
Agenda van de ledenbijeenkomst op 26 april 1935 te Utrecht (Brief van 15 april 1935).
Ibid., p. 2.
En passant is de positie van staatswetenschappen op het gymnasium bekritiseerd: -staatsinrichting begrepen onder geschiedenis- en geen staathuishoudkunde op het rooster.
Horizontale lerarenverenigingen, anders dan verticale, zijn te verstaan onder ‘de grote 3’; vgl. Leune 1976.
De V.O.S.-M zijn van Duyverman in bruikleen verkregen (kopieën in bezit).
J.G. Toebes 1981, p. 272 vergist zich in het oprichtingsjaar van de V.O.S. Hij noemt 1934.
De genese van de V.O.S. is niet beschreven. In V.O.S.-M vanaf 1941-43 en van 1953-1970 is een podium voor opinie gerealiseerd, waardoor er over de positie, inhoud en didactiek van staatswetenschappen uniek bronnenmateriaal voorhanden is; vgl. J.P. Duyverman, ’Vijfentwintig jaar (1935-1960)’, V.O.S.-M 1960, 58, p. 2-11.
De commissie bestaat uit A. Albregts, F. Vorstman en J. van der Scheer.
Ministeriële regeling van 22 februari 1935.
Vgl.: F. Tönies, Gemeinschaft und Gesellschaft. Grundbegriffe der reinen Soziologie, Berlin: Curtius 1887 en Einführung in die Soziologie, 1931, p. 189, A. Vierkandt, Gesellschaftslehre, 1928, p. 432 en S.R. Steinmetz, Inleiding tot de sociologie, 1931, en P.J. Bouman, Sociologie. Begrippen en problemen, Antwerpen: Standaard 1953, p. 34-55, 102-118.
Invoeren van maatschappijleer maakt het mogelijk op de mms civics en burgerschapskunde te geven. Uit het Jaarboek V.H.M.O. blijkt op mmsen sociologie op het rooster te staan; vgl. Van der Heijden Rogier 2002, p. 237 (sociologie, encyclieken en moderne dwalingen staan in 1937 in het leerplan). Over de invoering van normatieve sociologie in het MO, zie: Cobben-hagen: Rede rectoraatsoverdracht 18 september 1933, R.K. Handelshogeschool Tilburg, Jaarboek 1932/33, p. 92 e.v. en A. Albregts, ‘De betekenis van normatieve sociologie voor het m.o. en v.h.o.’, TNB 1937, p. 185 e.v. De V.O.S. neemt de behartiging van het onderwijs in de sociologie op in haar statuten (1935).
Duyverman, ‘Onze voorgeschiedenis’, VOS-M 1965, 77, p. 22-24. Staatsburgerkunde is niet voorgesteld, hoewel in Duitsland Staatsbürgerkunde voorkomt; vgl. J.G.Toebes, ’Geschiedenis: een vak apart?’, Meppel: Krips Repro 1981, p. 36, 43 en 275.
C.W. de Vries is hoogleraar staatsrecht aan de N.E.H. Rotterdam.
In de eerste ledenbrief is Vereeniging van docenten in de Staatswetenschappen gebezigd.
Het is opvallend en vraagt verklaring dat een gering aantal leraren de reis naar Utrecht weet te ondernemen, in een tijd waarin de staatswetenschappen zo onder druk staan.
V.O.S-M 1969, 95, p. 10-13.
Vgl. C. Lenselink, Gedenkboek 1883-1983 ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Vereeniging van Leeraren in het Boekhouden, 1983.
Waakzaamheid geboden voor posities staatswetenschappen en recht
Bij de opening van de jaarvergadering van het Voorlopig Comité op 26 april 1935 wijst voorzitter Mouw op de facultatieve positie van staatswetenschap (pen) op de mms ‘met alle gevolgen vandien’ en voorts op ‘de gevaren die het onderwijs in onze vakken bedreigen en nog niet zijn geweken’.1 Hij acht ‘waakzaamheid geboden en een duurzaam karakter van een lerarencontact in een geschikte organisatievorm noodzakelijk’. Ter vergadering liggen een definitieve vorm voor van het Voorlopig Comité, de oprichting van een orgaan en de te voeren acties.2 Verder kan de V.O.S. zich ‘niet met het leerplan mms verenigen, nu onder de verplichte vakken de staatswetenschappen ontbreken’.3 Ze verzoekt de minister in deze leemte te voorzien, want ‘voor zowel staatsinrichting als staathuishoudkunde is één lesuur wel het minste. Het zijn de maatschappelijke vakken die door hun aard tot het verplichte vhmo-leerplan behoren: Ze vormen immers […] staatsonderdanen tot burger’.4
Oprichting van de V.O.S
Voor de organisatie dienen zich twee modaliteiten aan: (a) de ontbinding van het Voorlopig Comité en de sectievorming in de grote lerarenorganisaties5 en (b) de omzetting van het Voorlopig Comité in een vereniging voor staatswetenschappen. Inmiddels is er contact geweest met de AVMO (alg.), CHMO (P.C.) en St. Bonaventura (R.K.). De CHMO kiest voor één vereniging en St. Bonaventura voor een sectie staatswetenschappen.6 De vergadering van het Voorlopig Comité besluit, na ampele overweging7, tot de oprichting van de Vereeniging tot behartiging van het Onderwijs in de Staatswetenschappen (V.O.S.).8 Het bestuur van het Comité is verkozen tot eerste V.O.S.-bestuur. Een statutencommissie is aanstonds ingesteld.9 Het omzetten van het Comité vindt zijn aanleiding in het begin 1935 verschenen uniform mms-curriculum met staatswetenschap als keuzevak.10 Staatsinrichting blijft bij geschiedenis en maatschappijleer11 is facultatief.12
Doel V.O.S.: behartiging onderwijs in staatswetenschappen, recht, maatschappijleer
De V.O.S. heeft tot doel het bevorderen en behartigen van het onderwijs in staatwetenschappen, recht en sociologie/maatschappijleer.13 Ze ziet gerede aanleiding binnenkort voorstellen van de wetgever tot combinatie van staatsinrichting en geschiedenis op de hbs te zien verschijnen. De leden moeten in augustus 1934 in een ALV de koers bepalen en een studiecommissie staatswetenschappen instellen.14 De oproep luidt (verkort):
‘De V.O.S. is opgericht.15Aan de leden is het deze te doen uitgroeien tot een bloeiende organisatie. Daartoe is ledengroei noodzakelijk. Van de 170 docenten zijn 48 lid. Leden kunnen hun sympathie met de Vereeniging tonen door collega's lid te maken'.16
Na het verschijnen als nulnummer van V.O.S.-Mededelingen volgen tientallen jaargangen vanaf 1941 met een onderbreking van 1943 tot 1948. Het V.O.S.verenigingswerk duurt tot de ‘bevochten’ fusie met de Voha in 197017; het jaar, waarin de vakken staatsinrichting, recht en staathuishoudkunde en de statistiek op hun laatste benen lopen tot de hbs-bezemexamens in december 1973. Naast de V.O.S. is in 1935 de Vereeniging ter behartiging van de belangen van het Onderwijs in de Handelswetenschappen (Voha) opgericht. Hierdoor krijgt het vak recht een beduidende belangenbehartiger erbij.18