Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.5.1:II.5.5.5.1 Wettelijk takenpakket, art. 4:144 BW
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.5.1
II.5.5.5.1 Wettelijk takenpakket, art. 4:144 BW
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625536:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kamerstukken II 1962/63, 3771, 6, p. 100 (MvA II), Parl. Gesch. Vast. p. 846 en hiervoor paragraaf 5.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf komt de vraag aan bod in hoeverre iemand anders dan erflater kan bepalen wat de taken en bevoegdheden van de (beheers-)executeur zijn. Hierover kan ik tamelijk kort zijn, omdat deze taken en bevoegdheden wettelijk zijn geregeld. Erflater hoeft zich hierover dus niet expliciet of impliciet in zijn uiterste wil uit te spreken. Ofwel: erflater hoeft de taken en bevoegdheden van de executeur in zijn uiterste wil niet te bepalen. Dat doet de wet namelijk. Art. 4:144 lid 1 BW bepaalt dat:
‘Onverminderd de testamentaire lasten die de erflater aan de executeur mocht hebben opgelegd, heeft deze, voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, tot taak de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan (curs. NB).’
Art. 4:144 lid 1 BW is van regelend recht (‘voor zover de erflater niet anders heeft beschikt’). Erflater kan zich, zoals ik ook in paragraaf 5.5.2 heb aangestipt, in zijn uiterste wil dus wel over de taken en bevoegdheden van de executeur uitlaten. Hij kan bijvoorbeeld bepalen dat de executeur slechts een gedeelte van de nagelaten goederen zal beheren, alleen legaten zal voldoen of alleen de lijkbezorging mag regelen.1Via de route van het testamentaire bewind kan hij de bevoegdheden van de executeurs zelfs uitbreiden. Erflater kan de executeur namelijk tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder benoemen. In dat geval wordt de regeling van executele evenwel verlaten en belanden we in de bepalingen omtrent het testamentair bewind (waarover meer in paragraaf 5.6).
In deze paragraaf staat, zoals gezegd, de beheersexecuteur met het wettelijke takenpakket als bedoeld in afdeling 4.5.6 BW (‘Executeurs’) centraal. Vanuit de wet bekeken, kan worden betoogd dat voor deze executeur een strikt bepaaldheidsvereiste geldt ten aanzien van de taken en bevoegdheden. De regels van afdeling 4.5.6 BW bepalen immers – behoudens de testamentaire last (ten aanzien waarvan erflater veel vrijheid heeft, zie paragraaf 5.4) – de taken en bevoegdheden van de executeur. Vanuit de erflater geredeneerd, kan evenwel worden betoogd dat voor de taken en bevoegdheden van een executeur een soepel bepaaldheidsvereiste geldt. Heeft erflater een executeur benoemd conform het bepaalde in art. 4:142 lid 1 BW, dan is er sprake van executele ook indien erflater niets bepaalt omtrent de taken en bevoegdheden. Doch dit soepele bepaaldheidsvereiste wordt dan objectief, namelijk door de wetgever, ingekleurd. Hetgeen mijns inziens ook past bij de goederenrechtelijke aspecten die met het beheren van de goederen van de nalatenschap en het voldoen van de schulden gepaard kunnen gaan (vgl. paragraaf 4.4, waarin naar voren kwam dat voor goederen-rechtelijke verhoudingen, vanwege de derdenwerking of – meer in het algemeen gezegd – vanwege de rechtszekerheid in het rechtsverkeer, een objectieve maatstaf het uitgangspunt is). Voor bepaalbaarheid aan de hand van het subjectieve oordeel van een derde, ofwel voor delegatie, is in zoverre dus geen plaats. Of is er binnen de kaders van afdeling 4.5.6 BW (‘Executeurs’) toch enige ruimte voor zulke subjectiviteit? Ik kom hier zo dadelijk in paragraaf 5.5.5.2 op terug.
Vooreerst ben ik nog een antwoord verschuldigd op de in paragraaf 5.5.4.3 gestelde vraag of erflater in zijn uiterste wil een executeur zonder beheer kan benoemen en aan deze de bevoegdheid kan geven resp. (door middel van een last) de verplichting kan opleggen om een executeur met beheer aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen. Ofwel kan een zogenaamde één ster executeur een zogenaamde twee sterren executeur benoemen? Ik meen dat deze vraag voor wat de toegevoegde executeur, op grond van art. 4:142 lid 1 jo. 4:144 lid 1 BW, bevestigend moet worden beantwoord. ‘Voor zover de erflater niet anders heeft beschikt’, heeft iedere executeur immers de taak om de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit de goederen behoren te worden voldaan (art. 4:144 lid 1 BW). Indien erflater een executeur zonder beheer benoemt (en dus uitdrukkelijk anders heeft beschikt) en aan deze de bevoegdheid toekent resp. de verplichting oplegt om een executeur aan zich toe te voegen, doch zich echter niet expliciet uitlaat over de taken en bevoegdheden van deze toegevoegde executeur, is de toegevoegde executeur op grond van afdeling 4.5.6 BW telkens een beheersexecuteur. Het is immers niet aan de executeur zonder beheer (de één ster executeur) om zich uit te laten over de taken en bevoegdheden van de executeur. De zogenoemde één ster executeur kan anders gezegd niet op eigen houtje een één ster executeur aan zich toevoegen. Evenmin kan een executeur met beheer (de zogenoemde twee sterren executeur), die op grond van art. 4:142 lid 1 BW de bevoegdheid heeft om een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen, een executeur zonder beheer (de zogenoemde één ster executeur) benoemen. Het is op grond van art. 4:144 lid 1 BW immers slechts de erflater die zich uit kan laten over de taken en bevoegdheden van de executeurs. Voorzover de erflater dit niet doet, kleurt de wet (objectief) de taken en bevoegdheden van de executeur in (vgl. het strikte goederenrechtelijke bepaaldheidsvereiste, paragraaf 4.4). De executeur zal dan op grond van de wet een beheersexecuteur zijn. Voor wat de mogelijkheid betreft om aan een executeur zonder beheer de bevoegdheid te geven om een of meer andere executeurs in zijn plaats te stellen, geldt mijns inziens dat de woorden ‘in zijn plaats te stellen’ met zich brengen dat enkel een executeur met hetzelfde takenpakket – als het takenpakket dat aan de primaire executeur op grond van de wet of op grond van de uiterste wil is toebedeeld – kan worden benoemd. Heeft erflater anders gezegd aan een executeur zonder beheer de bevoegdheid gegeven om een of meer executeurs in zijn plaats te stellen, dan kunnen dit mijns inziens enkel executeurs zonder beheer zijn. Heeft erflater een executeur met beheer de bevoegdheid gegeven om een of meer executeurs in zijn plaats te stellen, dan kunnen dit (eveneens) slechts executeurs met beheer zijn. Zou dit anders zijn, dan is er naar mijn mening geen sprake van een indeplaatsstelling.
Hiervoor kwam reeds aan bod dat ten aanzien van de taken en bevoegdheden van de (beheers)executeur, voorzover erflater hieromtrent niets bepaalt, de regels van afdeling 4.5.6 BW uitgangspunt zijn. Er geldt voor het bepalen van de taken en bevoegdheden van de executeur zodoende een objectieve maatstaf en voor bepaalbaarheid aan de hand van het subjectieve oordeel van een derde is dan ook geen plaats. Of toch wel? In de volgende paragraaf bekijk ik of er niet toch ruimte is voor andermans subjectief oordeel met betrekking tot het bepalen van de taken en bevoegdheden van de executeur.