Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.3.1
2.3.1 Mobiliteit van kapitaalvennootschappen in de VS
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395588:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Reese, W.L.M. en E.M. Kaufman (1958), 'The Law Goveming Corporate Affürs: Choice of Law and the Impact of Full Faith and Credit', 58 Columbia Law Review, blz. 1118-1145.
Romano, R. (1993), supra noot 14, blz. 1. Het gaat hier om toepassing van een uniforme regel bij geïncorporeerde vennootschappen: de corporations.
Trachtman, J.P. (1993), supra noot 1, blz. 47-104.
§ 301 en § 302.
Hansmann, H. En R. Kraakman (1992), 'A Procedural Focus on Unlimited Shareholder Liability', 106 Harvard Law Review, blz. 446-459.
Zie ook: Thomas v. Matthiesen, 232 U.S. 221 (1914), Pinney v. Nelson, 183 U.S. 144 (1901) en CTS Corp. v. Dynamics Corp. Of America, 481 U.S. 69, 90 (1987).
Buxbaum, R.M. (1987), 'The Threatened Constitutionalisation of the Interral Affürs Doctrine in Corporation Law', 75 Califomian Law Review, blz. 29-57 en E.R. Latty (1955), Pseudo-Foreign Corporations', 65 Yale Law Joumal blz. 137-173.
DeMott, D.A. (1985), 'Perspectives on Choice of Law for Corporate Interral Affürs', 48 Law and Contemporary Problems, blz. 161-198.
Wulf, H. de (1999), `Centros: vrijheid van vestiging zonder race to the bottom', Ondernemingsrecht 1999/12, blz. 318-324.
Ribstein, L.E. (2007), 'Corporations and the Market for Law', Illinois Law and Economics Working Papers Series Research Paper No. LE07-002, blz. 33.
Johnson, J.J. (1997), `Rislcy Business: Choice-of-Law and the Unincorporated Entity', 1 Joumal of Small & Emerging Business Law, blz. 249-296.
§ 202(a) RUPA 1997.
In de Verenigde Staten bestaan er geen 'federale' regels van conflictenrecht en is het vennootschapsrecht grotendeels een aangelegenheid van de onafhankelijke staten. De Amerikaanse Constitutie verplicht niet tot het toepassen van het oprichtingsrecht of tot het toepassen van het lokale recht.1 Desondanks passen de staten over het algemeen een uniforme regel van erkenning van kapitaalvennootschappen toe.2 Kapitaalvennootschappen kunnen hierdoor het recht dat van toepassing is op de interne organisatie van de vennootschap kiezen, zonder dat rekening gehouden hoeft te worden waar de vennootschap werkelijk haar activiteiten zal uitvoeren.3 In de Verenigde Staten wordt dit de internal affürs-doctrine genoemd. De regel van de internal affürs-doctrine is opgenomen in de Restatement (Second) Conflict of Laws die geen wetgeving noch een constitutie is (`Restatement (Second)').4 Het is een common law-doctrine die kan worden geïnterpreteerd of kan worden afgewezen en vervangen door elke staat of iedere rechter.5 De incorporatieregel is niet waterdicht. In de Restatement (Second) § 302(2) staat een uitzondering op de regel dat het incorporatierecht toegepast dient te worden namelijk indien: `(...) [S] ome other state has a more significant relationship to the occurrence and the parties (...) '.6 Indien een vennootschap een voldoende significant aanknopingspunt met een staat heeft kan deze staat bepaalde eigen vennootschapsrechtelijke regels van toepassing verklaren.7 Californië en New York zijn voorbeelden van staten die hun eigen recht toepassen op bepaalde interne aangelegenheden van de buitenstatelijke vennootschappen. Er zijn ook andere staten die minder verstrekkende bepalingen in hun regelgeving hebben opgenomen.8 Daarnaast mag in beginsel alles wat geen interne aangelegenheid is door de staat van activiteit of werkelijke zetel gereglementeerd worden.9
De internal affürs-doctrine is van toepassing op alle kapitaalvennootschappen, zowel de publieke als de besloten.10 Kleine besloten vennootschappen die de close corporation als rechtsvorm hebben gekozen, hebben daardoor net als de beursvennootschappen over het algemeen de vrijheid om het toepasselijke recht te kiezen los van de plaats van activiteiten. Personenvennootschappen hebben daarentegen van oudsher als contractuele samenwerkingsvormen geen gebruik kunnen maken van de internal affürs regel.11 Dat komt doordat general partnerships zich niet hoeven te registreren nadat zij zijn gevormd.12 Het is lastig de internal affürs regel toe te passen als de staat van oprichting niet altijd duidelijk vaststaat