Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.8.4:6.8.4 Hoge Raad heeft pandhouder eerder buiten de deur gezet, maar er zijn misschien nieuwe kansen
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.8.4
6.8.4 Hoge Raad heeft pandhouder eerder buiten de deur gezet, maar er zijn misschien nieuwe kansen
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649043:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In HR 3 april 2015, JOR 2015/191, NJ 2015/255 is de pandhouder al wel als schuldeiser aangemerkt in de zin van artikel 1 lid 1 Fw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De slotconclusie van dit onderdeel is dat de Hoge Raad pandhouders met slechts een pandrecht op een vordering van de vrijgestelde rechtspersoon nadrukkelijk buiten de deur houdt voor wat betreft de verzetprocedure. Maar in het licht van de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie kan een pandhouder wellicht een succesvol kansje wagen om een beroep te doen op de 403-verklaring. Er ontstaat dan de bipolaire situatie dat een pandhouder wel schuldeiser is zoals bedoeld in een 403-verklaring (gebaseerd op artikel 2:403 BW) maar tegelijkertijd niet kan worden aangemerkt als schuldeiser in de zin van artikel 2:404 lid 5 BW.1
De positie van een pandhouder van vordering op de vrijgestelde rechtspersoon die niet tevens een pandrecht op de bijbehorende 403-vordering heeft, blijft onzeker totdat de Hoge Raad hier een oordeel over heeft gegeven. Opnieuw kan de conclusie worden getrokken dat de hoofdelijkheid binnen de groepsvrijstellingsregeling aanleiding tot onduidelijkheid geeft in situaties waarbij verpanding in het spel is. Het ligt niet voor de hand dat een 403-vordering apart wordt verpand, terwijl dit wel noodzakelijk is om de pandhouder zekerheid te geven die in de regel zal zijn beoogd. Een recht om de aan een verpande hoofdvordering gekoppelde 403-vordering te mogen innen, zou een stuk praktischer zijn en meer tegemoetkomen aan de wensen van de rechtspraktijk.