Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/X.5.1
X.5.1 Vernietiging door de Ondernemingskamer
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178729:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 10 februari 2006, NJ 2006/241, m.nt. Maeijer, JOR 2006/94, m.nt. Van der Zanden (KPN), rov. 5.8.4.
Zie bijv. OK 18 april 2012, ARO 2012/61 (Ruitenberg Ingredients), OK 24 februari 2015, JOR 2015/106, m.nt. Josephus Jitta & Beckman (Brink Pluimveeproducten) en OK 22 juni 2015, JOR 2016/155, m.nt. Josephus Jitta (New Store Europe).
Zo ook Asser/Maeijer & Kroeze (Beckman) 2-I* 2015/596, GS Rechtspersonen/Josephus Jitta 2018, art. 2:451 BW, aant. 6 en Storm 2018, p. 713.
Kamerstukken II 1987/88, 20 556, nr. 3, p. 8 (MvT Vereenvoudigingen jaarrekeningenrecht), waarover Beckman 2014, p. 1051-1052.
Kamerstukken II 1967/68, 9 595, nr. 3, p. 21 (MvT Wet op de jaarrekening).
Vernietigt de Ondernemingskamer een jaarrekeningbesluit, dan treft dat de jaarrekening niet in haar geheel. Naar het oordeel van de Hoge Raad in de KPN-zaak raakt de vernietiging slechts de delen van de jaarrekening die door het bevel tot herinrichting worden bestreken.1 Hoewel de Ondernemingskamer zich hiervan in het dictum geen rekenschap pleegt te geven,2 gaat het dus steeds om een partiële vernietiging. Zij ontneemt slechts, met werking erga omnes,3 de rechtskracht aan de delen van het jaarrekeningbesluit die in strijd zijn met de normen waaraan de jaarrekening blijkens de wet moet voldoen.4 De rechtspersoon moet bovendien de jaarrekening opnieuw vaststellen en goedkeuren voor zover die is geraakt door de vernietiging. De Ondernemingskamer kan ter zake een termijn stellen.5
In principe ontneemt de vernietiging door de Ondernemingskamer de rechtskracht aan besluiten die voortbouwen op (de vernietigde delen van) het jaarrekeningbesluit. De parlementaire geschiedenis noemt een dividendbesluit als voorbeeld: de vernietiging doet aan dat besluit de rechtsgrond ontvallen, met als gevolg dat het betaalde dividend als onverschuldigd betaald kan worden teruggevorderd.6 De Ondernemingskamer heeft evenwel grote discretie bij het bepalen van de rechtsgevolgen van de vernietiging (art. 2:451 lid 4, tweede volzin, BW). Zij kan de gevolgen van de vernietiging naar gelieven beperken. Een en ander is van belang in verband met samenloop: als het doel van de verzoeker is om een dividenduitkering van tafel te krijgen, bereikt hij dat niet per se met een vernietiging door de Ondernemingskamer. Niet alleen hoeft de Ondernemingskamer niet noodzakelijk tot vernietiging over te gaan, ook werkt de vernietiging slechts partieel en vallen de gevolgen ervan geheel binnen het freies Ermessen van de Ondernemingskamer.