Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.5:3.4.5 De bindende kracht van de uitspraak van de bestuursrechter
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.5
3.4.5 De bindende kracht van de uitspraak van de bestuursrechter
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS503640:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128, NJ 2015/266 m.nt. J.W. Zwemmer, AB 2016/344 m.nt. G.A. van der Veen & A.H.J. Hofman, r.o. 3.3.4 (KB-Lux).
Van Ettekoven 2006, par. 2.5. Zie ook Kortmann 2009, p. 244.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijke vraag die resteert, is of de schadevergoedingsrechter is gebonden aan oordelen van de bestuursrechter over onjuiste of onvolledige informatieverstrekking, indien de benadeelde wél eerst de bestuursrechtelijke weg heeft bewandeld en dat tot een uitspraak van de bestuursrechter heeft geleid. In dit verband wordt wel gesproken van de ‘formele rechtskracht’ van de uitspraak van de bestuursrechter,1 maar die term is ongelukkig. De formele rechtskracht is een eigenschap van een besluit, terwijl het hier gaat om een eigenschap van een uitspraak van de bestuursrechter.2 Het begrip ‘gezag van gewijsde’, waarmee de bindende kracht van een rechterlijke uitspraak wordt aangeduid, dekt de lading beter. In de context van onjuiste informatieverstrekking kan de vraag naar de bindende kracht van een uitspraak van de bestuursrechter zowel rijzen wanneer het instellen van beroep heeft geleid tot de vernietiging of herroeping van het schadeveroorzakende besluit door de bestuursrechter, als wanneer het aanwenden van bestuursrechtelijke rechtsmiddelen niet heeft geleid tot uitwissing van dat besluit. In het eerste geval geldt dat de onrechtmatigheid van een besluit vaststaat met de vernietiging van dat besluit door de bestuursrechter, maar geldt dat ook voor daaraan voorafgaande informatieverstrekking waarover de bestuursrechter zich heeft uitgelaten in zijn uitspraak? Dit punt wordt in paragraaf 3.4.5.1 behandeld. In het laatste geval komt formele rechtskracht toe aan het bestreden besluit, maar dat staat gezien paragraaf 3.4.3 en 3.4.4 niet zonder meer in de weg aan de toewijzing van een vordering uit onrechtmatige informatieverstrekking. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering door de schadevergoedingsrechter kan een zekere samenloop met het object van beroep bij de bestuursrechter en de overwegingen van die rechter over voorafgaande informatieverstrekking echter niet worden uitgesloten. Is de schadevergoedingsrechter aan handen en voeten gebonden indien de bestuursrechter zich al over de informatieverstrekking heeft uitgelaten in zijn uitspraak op het beroep? Hierover gaat paragraaf 3.4.5.3. Een tussenvariant, waarin een besluit en inlichtingen elkaar niet ver ontlopen, wordt in paragraaf 3.4.5.2 besproken.
3.4.5.1 Het dictum van de uitspraak van de bestuursrechter3.4.5.2 De exoot – het arrest Blaricum/Roozen3.4.5.3 De inhoudelijke overwegingen van de bestuursrechter