Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS492616:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is bij wetgeving niet uitzonderlijk om de aandacht exclusief te richten op de disfuncties. Dat is niet anders – vaak nog sterker – wanneer de wetgever de normen niet scherp formuleert en daarmee de nodige aan- en invulling overlaat, vooral aan deskundigen, autoriteiten en rechters.
Bezwaren zijn dan dat de wetgever (een deel van zijn) wetgevende macht overdraagt aan instanties die daartoe niet democratisch gelegitimeerd zijn, naast bezwaren van onduidelijkheid en onzekerheid die aan open normen verbonden zouden zijn. In de volgende paragraaf zullen deze bezwaren aan de orde komen. In deze paragraaf wordt de aandacht gevestigd op de functies van open normen. Voor de wetgever zelf zijn open normen in de eerste plaats een middel om de omvang van wetgeving te beperken, een belangrijke pijler van het dereguleringsbeleid. Daarnaast is het gebruik van open normen functioneel wanneer de wetgever normering gewenst acht, maar deze wil of – bij gebrek aan kennis – moet overlaten aan deskundigen en organisaties op het desbetreffende terrein.
Het maatschappelijke belang van open normen is wel de grotere maatschappelijke deelname aan (verdere) normering genoemd. Deze participatiekansen in de normstelling zijn vooral bepleit in termen van communicatieve wetgeving1, waarover later meer. Voor de rechtspraktijk betekenen open normen een grotere flexibiliteit die, vooral gelet op de toenemende complexiteit2, functioneel kan zijn. Daarnaast bieden open normen de nodige ruimte voor rechtvaardigheid in individuele gevallen. Ze bieden, anders gezegd, een grotere kans op Einzelfallgerechtigkeit.
Deze twee belangen van open normen (deregulering en het bevorderen van communicatieve wetgeving) komen in de volgende twee subparagrafen aan bod.