Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.b.ii
9.3.2.b.ii De voorwaarden voor aanknoping bij de biedprijs
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601116:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.m. OK 18 oktober 1990, rolnr. 704/90, n.g. (Sanders Behang); OK 6 september 1990, NV 1991, p. 21 (Suez Kooijman); OK 21 december 1989, TVVS 1990, p. 260 (Proost & Brandt); OK 7 september 1989, rolnr. 717/89, n.g. (Gelatine Delft); OK 29 juni 1989, rolnr. 261/89 n.g. (VNU Dagbladengroep). De OK volstaat in deze zaken veelal met de overweging “Nu niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat de waarde van de aandelen waarvan de overdracht wordt gevorderd thans hoger is dan de in het openbaar bod vermelde prijs (…).,
Zie Norbruis (2005), p. 58; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/687 onder d; Salemink (2011), p. 185-186.
OK 21 september 2010, JOR 2010/343 (Eriks); OK 12 januari 2010, ARO 2010, 26 (Tele Atlas); OK 2 mei 2002, ARO 2002/73 (Dexia); OK 16 mei 1991, rolnr. 267/91 (Algemene Bank Nederland). Evenzo Buijn/Storm (2013), p. 1134.
OK 21 december 2010 (ro. 3.17), ARO 2011/16 (Smit Internationale); OK 21 september 2010 (ro. 3.7), JOR 2010/343 (Eriks); OK 23 februari 2010 (ro. 3.6), ARO 2010/47 (Zentiva); OK 27 september 2007 (ro. 3.7), JOR 2008/12 (Seagull Holding).
OK 31 juli 2003 (ro. 3.7), ARO 2003/150 (Axa Stenman).
Voor de waardering van de aandelen sluit de OK niet zonder meer in alle gevallen aan bij de prijs van een voorafgaand bod. De biedprijs is namelijk niet altijd een goede graadmeter voor de waarde van de aandelen.
In de rechtspraak van de OK is een duidelijke lijn zichtbaar onder welke omstandigheden zij de aansluiting bij de biedprijs gerechtvaardigd acht. In de eerste uitkoopprocedures motiveert de OK niet of nauwelijks onder welke voorwaarden aanknoping mogelijk is.1 In meer recente zaken geeft de OK wel aan welke criteria van belang zijn om de prijs van een voorafgaand bod voor de waardering als uitgangspunt te nemen. Er gelden drie voorwaarden waaraan in ieder geval moet zijn voldaan. Vereist is dat:
het bod op grote schaal is aanvaard (hierna onder iii);
tussen het bod en de datum van het arrest beperkte tijd is verstreken (hierna onder iv); en
er geen redenen zijn om te veronderstellen dat de waarde van de aandelen sinds het bod is gestegen (hierna onder v).2
Naast deze drie criteria spelen ook andere omstandigheden een rol. Het kan bijvoorbeeld relevant zijn dat de biedprijs een substantiële premie inhoudt ten opzichte van de gemiddelde slotkoers,3 tegen de gevorderde prijs geen verweer is gevoerd4 of dat onder andere (oud-)bestuurders van de vennootschap het bod hebben aanvaard.5