Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.2.1.1
3.2.1.1 Wat wordt met privacy bedoeld?
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285546:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Brinkhoff merkt op dat het EHRM heeft overwogen dat privacy een veelomvattend begrip is dat zich moeilijk laat definiëren (S. Brinkhoff, Datamining in een veranderende wereld van opsporing en vervolging, TBS&H 2017, nr. 4, blz. 226).
M. Hildebrandt, Privacy en identiteit in slimme omgevingen, Computerrecht 2010/172, par. 5.
Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, bescherming van de lichamelijke integriteit, woonrecht, brief-, telefoon- en telegraafgeheim. Zie uitgebreider: Overkleeft-Verburg 2000, blz. 155-178. Zie ook: Koops e.a. 2016, die privacy onderverdelen in 9 clusters.
Overkleeft-Verburg 2000, blz. 155-178.
Zie uitgebreider: Overkleeft-Verburg 2000, par. 3.
Zie o.a.: EHRM 16 april 2002 (Société Colas Est e.a.), ECLI:NL:XX:2002:AE4682, NJ 2003/452 en HvJ EU 17 december 2015 (WebMindLicenses), ECLI:EU:C:2015:832, BNB 2016/55.
Privacy is het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op gegevensbescherming.1 Hildebrandt beargumenteert dat privacy en gegevensbescherming niet helemaal samenvallen.2 Enerzijds omdat gegevensbescherming een middel is om de privacy te waarborgen. Anderzijds omdat gegevensbescherming een meer specifiek juridisch regime voor de omgang met persoonsgegevens bevat waarmee niet alleen informationele zelfbeschikking wordt beoogd, maar tegelijk ook de vrije uitwisseling van informatie. De Grondwet telt in de art. 10 tot en met art. 13 GW een algemeen en een vijftal specifieke privacy-grondrechten.3 Overkleeft-Verburg stelt dat de kern van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of privacy de bescherming van het recht op persoonlijke vrijheid en individuele autonomie is.4 Dit geldt zowel in relatie tot de overheid in de afbakening van de privésfeer tot de publieke sfeer, als in relatie tot de rechten en vrijheden van anderen.
De privacy wordt tevens gewaarborgd door internationale verdragen zoals art. 23 van de Universele verklaring van de rechten van de mens uit 1948 en de daaruit afgeleide privacy-grondrechten van art. 8 EVRM, art. 17 IVBPR en de art. 7 en 8 Handvest EU waar de persoonlijke levenssfeer en het recht op gegevensbescherming separaat zijn opgenomen.5 In deze verdragen worden ook zaken genoemd als de eerbiediging van het familie- en gezinsleven en het recht op eer en goede naam. Uit de jurisprudentie van zowel het HvJ EU als het EHRM blijkt dat de waarborgen uit art. 8 EVRM niet alleen zien op natuurlijke personen, maar ook op rechtspersonen.6 De privacy beschermt derhalve ook bedrijfs- en fabricagegegevens. De samenloop tussen de nationale en internationale grondrechten is geregeld in de art. 93 en 94 GW, art. 53 EVRM en art. 5 IVBPR. De rechtstreeks uit de verdragen verbindende bepalingen werken direct door in het nationale recht, maar kunnen de beschermingsomvang van de nationale grondrechten niet beperken. In de huidige AVG worden regels gegeven over de verwerking van persoonsgegevens teneinde de privacy van natuurlijke personen te kunnen waarborgen.7