Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.10.5
3.10.5 Deelconclusie
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574065:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
In het kader van de evaluatie van de Mededingingswet (Kamerstukken II 2004/05, 30 071) heeft het kamerlid Heemskerk (PvdA) een amendement ingediend dat zou moeten leiden tot het strafbaar stellen van het opdracht geven tot dan wel feitelijk leiding geven aan handelingen in strijd met art. 6 lid 1 Mw of art. 24 lid 1 Mw. Volgens het amendement zou de maximale gevangenisstraf zes jaar moeten bedragen, waarbij de strafbaarheid zou moeten worden opgenomen in de Wet op de economische delicten (Kamerstukken II 2005/06, 30 071, nr. 16). Het amendement is door de Tweede Kamer verworpen.
Zie anders: Mok 2008, p. 231. Mok ziet wel iets in de mogelijkheid tot het opleggen van taakstraffen, maar een mogelijke gevangenisstraf wegens het plegen van een mededingingsdelict gaat hem te ver.
De bekendmaking van de Minister van Economische Zaken vond plaats na de afsluiting van het manuscript, vlak voor het ter perse gaan van dit boek. Ik heb het - gelet op het belang van deze mogelijkheid voor een effectieve handhaving van het mededingingsrecht desondanks nodig gevonden de lezer op de hoogte te stellen van de laatste ontwikkelingen op dit gebied.
De mogelijke (her)introductie van de strafrechtelijke handhaving dient een afschrikkende werking te hebben. Hoewel over de afschrikkende werking van het strafrecht verschillend wordt gedacht, lijkt van een gevangenisstraf voor bestuurders van ondernemingen (althans de feitelijk leidinggevenden en opdrachtgevers) daadwerkelijk een preventieve werking uit te gaan. Bovendien is het kunnen aanpakken van bestuurders van een onderneming een goede remedie voor het feit dat de daadwerkelijke schenders van het mededingingsrecht niet persoonlijk worden geraakt, maar zich achter een onderneming kunnen verschuilen. Het zijn dan uiteindelijk de aandeelhouders of zelfs de directe en indirecte afnemers (inclusief consumenten) die indirect de boete betalen (bij directe en indirecte afnemers kan dat, afhankelijk van de marktomstandigheden, soms door verdiscontering van de boete in de verkoopprijs). Het feit dat de daadwerkelijke schenders van het mededingingsrecht niet persoonlijk worden geraakt is al deels verholpen door de per 1 oktober 2007 ingevoerde mogelijkheid voor de NMa om bestuurders van ondernemingen (althans degenen die tot de overtreding opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven) ook persoonlijk te beboeten tot een maximum van € 450.000 per persoon per overtreding (artikel 56 jo 57 Mw).1 Dit neemt niet weg dat een mogelijke celstraf voor goed betaalde bestuurders een grotere afschrikkende werking zal hebben dan een bestuurlijke boete van maximaal € 450.000. De invoering van mogelijke celstraf voor bestuurders lijkt mij dan ook een aanbevelingswaardige optie.2 Daarnaast kan gedacht worden aan de invoering van de mogelijkheid tot het opleggen van zogenaamde disqualification orders. Een dergelijke sanctie houdt in dat men gedurende een bepaalde tijd niet meer als bestuurder van een bedrijf mag functioneren. Zie ook het huidige artikel 28 lid 1 Sr (ontzetting van rechten).
De eventuele invoering van een duaal stelsel, waarbij de NMa wordt belast met het toezicht en met het opleggen van kleine boetes en waarbij het opleggen van hoge boetes en persoonlijke straffen is voorbehouden aan de strafrechter, is mijns inziens niet noodzakelijk. Mocht het duaal stelsel door de wetgever toch worden ingevoerd, dan kan het stelsel vorm worden gegeven door te kijken naar het duale systeem van handhaving van het fiscaal recht en het duale systeem van handhaving van de financiële wetgeving. Aan de mate van rechtsbescherming van de mogelijke schender van het mededingingsrecht zal in een strafrechtelijke procedure meer aandacht dienen te worden besteed dan in een bestuursrechtelijke procedure.
De Minister van Economische Zaken heeft bekend gemaakt een wetsvoorstel in voorbereiding te hebben waarmee de bestuursrechtelijke handhaving van de Mededingingswet wordt aangevuld met de mogelijkheid van strafrechtelijke sanctionering, waarbij de NMa zaken kan aanbrengen bij het Openbaar Ministerie. In het kader van de strafrechtelijke sanctionering zal ook worden voorzien in de mogelijkheid om bestuurders die zich aan mededingingsovertredingen schuldig maken het recht te ontzeggen hun beroep uit te oefenen.3