Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/1.4:1.4 Begrippen
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/1.4
1.4 Begrippen
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193558:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo gaf bijvoorbeeld de Ierse rechter aan dat deze beleggers geen deelnemers zijn in de zin van de Ierse implementatie van de Icbe-Richtlijn en zich zodoende ook niet kunnen beroepen op de bepalingen in de Richtlijn die gericht zijn tot de deelnemers ([2016] IEHC 363).
Groffen, Spoor en Van der Velden (2010), p. 471.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Academisch onderzoek vereist een nauwkeurige afbakening van datgene waarover geschreven wordt. Een aantal begrippen komt veelvuldig terug in dit proefschrift. Ik heb getracht zoveel mogelijk aan te sluiten bij de termen die gebruikt worden in de icbe-regelgeving en in de praktijk.
Het begrip ‘beleggingsinstelling’ hanteer ik op dezelfde wijze als in de Icbe-Richtlijn. Dat wil zeggen dat er niet alleen abi’s onder vallen, maar ook icbe’s en gelijksoortige open-end beleggingsinstellingen gevestigd in derde landen. Hiermee wijk ik af van de definitie die in de Wet op het financieel toezicht (Wft) is gegeven aan beleggingsinstellingen. Onder deze definitie vallen uitsluitend instellingen als bedoeld in artikel 4 eerste lid onderdeel a van de AIFM-Richtlijn.1
Het begrip ‘icbe’ en ‘instelling voor collectieve belegging in effecten’ verwijst vanzelfsprekend naar een instelling die is toegelaten in een lidstaat conform de Icbe-Richtlijn en de begrippen ‘abi’ en ‘alternatieve beleggingsinstelling’ verwijzen naar een instelling als bedoeld in artikel 4 eerste lid onderdeel a van de AIFM-Richtlijn.
Met het begrip ‘deelnemer’ of ‘participant’ verwijs ik naar aandeelhouders of deelgerechtigden in een icbe die opgenomen zijn in het deelnemingenregister van de icbe. Ik doel hiermee niet op beleggers die bijvoorbeeld via een nominee-rekening slechts economisch belanghebbenden zijn in de icbe of anderszins niet zijn opgenomen in het deelnemingenregister van de icbe.2 Mijns inziens sluit dit aan bij de wijze waarop het begrip deelnemer wordt gebruikt in de Icbe-Richtlijn. Dit licht ik in paragraaf 2.3.4 nader toe.
Met het begrip ‘deelnemingsrechten’ en ‘participaties’ verwijs ik naar de aandelen, participatiebewijzen en rechten van de deelneming in de icbe. Een icbe kan gevormd zijn als beleggingsmaatschappij en als beleggingsfonds. In het laatste geval ligt het fondsreglement ten grondslag aan de oprichting van de icbe, in het eerste geval zijn dat de statuten. Deze documenten tezamen duid ik aan als ‘fondsdocumentatie’.
Een beleggingsinstelling die verplicht is om op verzoek van deelnemers deelnemingsrechten in te kopen, wordt een open-end instelling genoemd.3 Een icbe dient een ‘open-end’ karakter te hebben. Dat betekent dat deelnemers de mogelijkheid moeten hebben om de deelnemingsrechten te verkopen ten laste van de activa van de icbe, direct dan wel indirect.4