Morganatisch burgerschap
Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/5.3:5.3 Het Unieburgerschap als species van het genus burgerschap
Morganatisch burgerschap 2019/5.3
5.3 Het Unieburgerschap als species van het genus burgerschap
Documentgegevens:
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181195:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het Unieburgerschap werd in deze fase door menigeen gekwalificeerd als decoratief en symbolisch. Magnette 1998, p. 49; Everson 1995; Oliveira 1995; Lehning 1997.
Tot dusver zijn acht rapporten verschenen van de Commissie over het Unieburgerschap. In 1993 (COM(93) 72), 1997 (COM(97) 230), 2001 (COM (2001) 506), 2004 (COM(2004) 695), 2008 (COM(2008) 85), 2010 (COM (2010) 602), 2013 (COM(2013) 270) en 2017 (COM(2017)30).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is geconstateerd dat het Unieburgerschap is ontstaan ten behoeve van de legitimatie van de Unie en de beloning van de burgers van de lidstaten die door middel van onder andere grensoverschrijdende handelingen bijdragen aan het Europese integratieproject. Vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht was het grootste deel van de rechten reeds verschaft aan de Unieburger. Onder meer om deze reden werd het Unieburgerschap in zijn beginjaren gekwalificeerd als een concept waarvan de politieke implicaties van begin af aan niet duidelijk waren.1 Deze kwalificatie maakt het voor dit onderzoek des te interessanter te bezien op welke wijze het burgerschapsbegrip van de Unie zich door de jaren heen heeft ontwikkeld.
Om de betekenis van het Unieburgerschap in de LGO te kwalificeren is vooreerst van belang te achterhalen wat voor rechtsverhouding het Unieburgerschap in het leven roept tussen de Unieburger en de Unie. In deze paragraaf staat deze vraag centraal. Ter beantwoording van de vraag zal aandacht worden besteed aan de rapporten van de Commissie aangaande het Unieburgerschap2 en de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake het Unieburgerschap met de daarbij behorende conclusies van de A-G. De rechtspraak van het Hof van Justitie, waarin het Unieburgerschap grotendeels tot ontwikkeling is gekomen, is aanzienlijk. Gezien de omvang van de jurisprudentie waren keuzes in de bespreking van de rechtspraak van het Hof van Justitie ten aanzien van het Unieburgerschap dan ook onvermijdelijk. Er is in deze paragraaf derhalve niet beoogd alle rechtspraak over het Unieburgerschap te bespreken, maar alleen de rechtspraak waarin het Hof van Justitie het Unieburgerschapsbegrip als notie nader inkleurt en stroomlijnt. De focus zal meer liggen op de rechtspraak van het Hof van Justitie dan de verslagen van de Commissie aangaande het Unieburgerschap, omdat het Unieburgerschap, zoals hiervoor opgemerkt, grotendeels in de rechtspraak van het Hof van Justitie tot ontwikkeling is gekomen.
5.3.1 De eerste levensjaren van het Unieburgerschap: een kopschuw Hof van Justitie5.3.2 De tienerjaren van het Unieburgerschap: naar autonomie en zelfstandigheid5.3.3 De twintiger jaren van het Unieburgerschap: naar een ‘echt burgerschap’