Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.1.0
7.5.1.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401476:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 1958-1959, 5 380, nr. 3, blz. 15.
Kamerstukken II, 1959-1960, 5 380, nr. 9, blz. 16. Op bladzijde 3 van Kamerstukken 1962-1963, 6 000, nr. 9, staat hierover: 'Zoals hierboven en in paragraaf 6 van de nota inzake de algemene herziening is betoogd, dient bij de belastingheffing niet uit het oog worden verloren dat de maatschappelijke verschijningsvorm van de n.v. zich duidelijk onderscheidt van die van de particuliere onderneming door het stuk eigen leven, dat de n.v. leidt naast de aandeelhouder'.
Kamerstukken II, 1962-1963, 6 000, nr. 9, blz. 3.
Schilfgaarde, P. van (1979), supra noot 11, blz. 8-9.
Vgl: Schilfgaarde, P. van (1974b), 'De rechtspersoonlijkheid van de openbare vennootschap volgens het ontwerp B.W.', WPNR 74/5251, blz. 113-119. Bij arrest van HR 9 januari 1942, NJ 1942, 302 oordeelde de Hoge Raad dat een rechtspersoon 'aan het rechtsleven moet kunnen deelnemen op gelijke voet als anderen en ook derden zoveel mogelijk tegenover haar in gelijke positie moeten staan als tegenover natuurlijke personen'.
De NV was na de tweede wereldoorlog de ondernemingsvorm waarmee kapitaalintensieve ondernemingen voor de uitgebreide financieringsbehoeften een beroep konden doen op een ruime kring van beperkt aansprakelijke personen. De rechtsvorm bood het voordeel dat zij voor haar interne en externe financiering niet afhankelijk was van de wisselingen in de financiële positie van degenen die het aandelenkapitaal hadden verschaft en zorgde daarnaast voor een grote waarborg voor de zelfstandigheid en het voortbestaan van de onderneming.1 In de parlementaire geschiedenis wordt derhalve over de NV gesproken als een entiteit die een 'verschijningsvorm is van een juridisch en economisch zelfstandige onderneming, welke haar bestaan in het maatschappelijke verkeer leidt los van de persoon van de individuele kapitaalverschaffer,.2Daarnaast wordt ook wel gesteld dat de NV 'een stuk eigen leven leidt (...) naast de aandeelhouder '.3 Volgens de leer van de volledige realiteit komt de zelfstandigheid erop neer dat rechtspersonen organische verbanden zijn, die als zodanig een eigen bestaan leiden, tot een eigen wilsvorming komen en mitsdien, op dezelfde wijze als natuurlijke personen aan het rechtsleven kunnen deelnemen.4 Toekenning van rechtspersoonlijkheid wordt dan ook wel toegepast om tot uitdrukking te brengen dat de rechtsbetrekkingen die een bepaalde groepering tot stand brengt in bepaalde opzichten, als een los van de leden van de groep te denken eenheid optreedt en als zodanig drager van rechten en plichten kan zijn.5 De rechtspersoon had een eigen rechtssubjectiviteit waardoor de vennootschap zelf juridisch eigenaar kon zijn van het vermogen en dit vermogen was als zodanig zelfstandig. De aandeelhouders en hun privé-crediteuren konden niet over dit vermogen beschikken en waren in goederenrechtelijke zin niet medegerechtigd tot het vermogen. Als gevolg hiervan viel de winst hun ook niet rechtsreeks toe en was er sprake van een afgescheiden winst. Derhalve was een toerekening daarvan aan de aandeelhouders niet gerechtvaardigd uit het oogpunt van de draagkracht. Bij de personenvennootschappen was er volgens de wetgever geen sprake van een afgescheiden winst. In de volgende paragrafen bespreek ik eerst het zelfstandige vermogen, waarna ik aandacht besteed aan de afgescheiden winst.