De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.3.2:6.3.2 Algemene karakteristiek van de in de wetgevingen van de lidstaten bestaande betalingsbevelprocedures
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.3.2
6.3.2 Algemene karakteristiek van de in de wetgevingen van de lidstaten bestaande betalingsbevelprocedures
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375842:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het algemeen geldt dat de in de wetgevingen van de diverse lidstaten bestaande betalingsbevelprocedures beginnen als een eenzijdige procedure. De procedure wordt meestal gestart met een eenvoudige aanvraag bij het gerecht. De wederpartij, de schuldenaar, wordt hiervan niet op de hoogte gebracht. De beslissing op het verzoek is een ex parte beslissing, dat wil zeggen een beslissing gegeven in een procedure in een eenzijdige procedure. Hiertegen kan door de schuldenaar op een eenvoudige wijze bezwaar worden gemaakt. Indien deze binnen de daartoe gestelde termijn achterwege laat bezwaar in te dienen, verkrijgt de beslissing kracht van gewijsde en wordt deze executabel. Het maken van bezwaar tegen de vordering dient ertoe te leiden dat de procedure naar de bodemrechter wordt doorverwezen, aangezien de procedure tot het verkrijgen van een betalingsbevel zich niet voor een uitgebreide behandeling van het verweer leent. In de bodemprocedure zal de wederpartij haar bezwaar met argumenten moeten staven. De bodemprocedure kan vervolgens op diverse wijzen verlopen. De schuldenaar dient in de bodemprocedure argumenten in voor het staven van zijn bezwaar tegen de vordering van de schuldeiser. Er is in dat geval sprake van een (gewone) contradictoire procedure. Tevens is het mogelijk dat de wederpartij bezwaar tegen de verlening van een betalingsbevel maakt, wetende dat haar argumenten geen kans van slagen hebben. Zou de mogelijkheid tot het voeren van verweer ontbreken, dan zou de incassoprocedure in strijd zijn met het beginsel van hoor en wederhoor. Indien de schuldenaar na de verwijzing in de bodemprocedure geen argumenten indient, kan de rechter het gelaste bevel bevestigen, zonder acht te slaan op het door de schuldenaar eerder ingediende bezwaar.
Een van de kenmerken van de procedure tot verkrijging van een betalingsbevel is de eenvoudige wijze waarop de procedure aanhangig kan worden gemaakt. Meestal geschiedt dit door een gestandaardiseerd formulier dat door de schuldeiser bij een gerecht - in sommige landen bij een administratiefrechtelijke autoriteit - ingediend wordt. Uit het ingevulde formulier dienen alle gegevens te blijken die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van het betalingsbevel. Het gebruik van een formulier kan ook de geautomatiseerde verwerking van de gegevens bevorderen. Indien de schuld niet wordt betwist, kan op een snelle manier een executoriale titel verkregen worden. De wijze waarop de gegrondheid van de vordering door de schuldeiser aangetoond moet worden, is bepalend voor de wijze hoe en wanneer de schuldenaar van het betalingsbevel respectievelijk van het instellen van de procedure tot het verkrijgen van een betalingsbevel op de hoogte wordt gebracht. Wordt de schuldeiser geacht de gegrondheid van zijn vordering in het formulier nader toe te lichten, dan is het voldoende de mogelijkheid tot verweer aan de schuldenaar eerst te bieden nadat een betalingsbevel is gegeven. De beoordeling door de aangezochte rechter - of door een administratiefrechtelijke autoriteit - van de gegrondheid is dan in deze fase voldoende als garantie voor de bescherming van de rechten van de wederpartij. In het geval dat de schuldeiser zijn verzoek tot het verkrijgen van een betalingsbevel niet met bewijzen behoeft toe te lichten, moet de schuldenaar in een veel eerder stadium van het initiëren van een incassoprocedure op de hoogte worden gebracht, voordat een betalingsbevel gelast wordt. Zoals al eerder aangegeven, leidt het voeren van het verweer tot een doorverwijzing van de zaak naar de gewone bodemprocedure.