Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.5.1:7.5.1 Introductie
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.5.1
7.5.1 Introductie
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS299990:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meest voorkomende gang van zaken bij een doorstart is dat de curator allereerst aan de rechter-commissaris een machtiging vraagt om – daags na de faillietverklaring – alle arbeidsovereenkomsten te mogen opzeggen. Als argument voor deze snelle actie wordt vaak genoemd de druk die UWV op de curator uitoefent om niet te talmen met het ontslag, opdat de (boedel)vordering van UWV, waarvan de verhaalbaarheid nog niet bij voorbaat vaststaat, niet te ver oploopt. In de regel wordt deze machtiging direct verleend, waarna de arbeidsovereenkomsten op de kortst mogelijke termijn worden beëindigd. De curator gaat vervolgens in gesprek met potentiële overnemers, waarbij uiteraard de gefailleerde ondernemer ook kan laten blijken belangstelling te hebben en mogelijk zijn plannen c.q. overnamebod al in vergaande mate heeft opgetuigd. Leidt dit tot een doorstart dan sluit de curator een overeenkomst, waarbij de betreffende activa aan de overnemende partij worden overgedragen. Deze overnemende partij treedt vervolgens rechtstreeks in contact met voormalige werknemers naar keuze, met wie hij al dan niet overeenstemming bereikt over (de voorwaarden van) een nieuwe arbeidsovereenkomst.
Een werknemer heeft vervolgens een behoorlijk arsenaal aan middelen ter beschikking om zich tegen deze gang van zaken te verzetten, indien hij daartoe aanleiding ziet, bijvoorbeeld omdat hem geen arbeidsovereenkomst wordt aangeboden of hooguit één onder condities die hij niet wil aanvaarden. Ik bespreek deze hierna.