Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.9.3
4.9.3 Bescherming minderheden
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192589:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wat precies onder ‘minderheid’ moet worden verstaan, hangt af van de door de wet vereiste meerderheid voor aanneming van het akkoord. Zo is mogelijk een meerderheid in aantal, of een meerderheid in waarde vereist. Ook een gekwalificeerd meerderheidsvereiste, waarin een getalsvereiste wordt gecombineerd met een waardecriterium is denkbaar. Zie daarover: §8.6.
Zie Tollenaar 2016, p. 108-109.
In het kader van de bestaande insolventieakkoorden wordt daar nog wel eens van afgeweken. In de praktijk worden akkoorden gehomologeerd die een verschillende uitkering toekennen aan diverse crediteuren. De stemming vindt in de regeling van het faillissements- en surseanceakkoord echter plaats in één klasse. Zie daarover verder nr. 383.
Vgl. Verstijlen 2008, p. 137-138; Tollenaar 2016, p. 108. Zie ook Norberg 1995, p. 125: “The second rationale for classification is that Chapter 11 requires classification of claims merely to ensure that, in the balloting on a plan, junior claimholders do not deny senior claimholders their senior rights under the absolute priority rule and that senior claimholders do not take more than their entitlement. That is, the Code requires separate classes for secured claims, unsecured claims, and equity security interests because they have different state law rights with respect to the debtor’s assets and different priorities with respect to each other. If the Code did not require separate classification of dissimilar claims, a majority of claimholders might vote to deprive the minority of their rights in violation of the absolute priority rule. This more restrictive classification approach focuses on the nature of the claims, not the nature of the claimholders.”
Tollenaar 2016, p. 107.
Baird 2014, p. 250. Zie over de klassenindeling naar Amerikaans recht uitgebreider §6.2.3.
Re Sovereign Life Assurance Co v. Dodd [1892] 2 QB 573, p. 582-583. Zie over de klassenindeling naar Engels recht uitgebreider §6.2.2.
Vgl. Abendroth 2004, p. 288.
168. Het stemmen in klassen voorkomt dat een minderheid1 onderdrukt worden door een meerderheid die een geheel andere positie heeft.2 Dit minderheidsbeschermende effect van de klassenindeling is in feite de keerzijde van de medaille die ik in de voorgaande paragraaf besprak. Er is geen plaats voor binding van een minderheid binnen een klasse, indien de vereiste meerderheid is gehaald omdat partijen met een wezenlijk andere positie bij meerderheid vóór het akkoordvoorstel stemden.3 Indien concurrente en preferente schuldeisers in één klasse zouden worden geplaatst, is het mogelijk dat de preferente schuldeisers worden gebonden aan de meerderheidsstem van de concurrente schuldeisers. Op die manier zouden concurrente crediteuren een gedeelte van de reorganisatiewaarde van de schuldenaar naar zich toe kunnen trekken.4 De concurrente crediteuren mogen echter niet voor de preferente crediteuren bepalen of het akkoordvoorstel fair is. Hun belangen lopen immers niet parallel. “De stem van een persoon met de ene positie zegt niets over de redelijkheid van de behandeling van een persoon met een andere positie”, aldus Tollenaar.5 Baird schrijft over de bescherming die uitgaat van het stemmen in klassen in Chapter 11:
“The possibility of manipulation if unsecured claims could be placed in a class with se cured claims is obvious. Secured creditors should be paid in full and general creditors only a few cents on the dollar. It makes no sense for those holding one kind of claim to be able to speak on behalf of those holding another.”6
Ook de overwegingen van Lord Justice Bowen in Re Sovereign Life Insurance verwijzen naar de minderheidsbescherming die een klassenindeling in een scheme of arrangement beoogt:
“What is the proper construction of that statute? It makes the majority of the creditors or of a class of creditors bind the minority; it exercises a most formidable compulsion upon dissentient, or would-be dissentient, creditors; and it therefore requires to be construed with care, so as not to place in the hands of some of the creditors the means and opportunity of forcing dissentients to do that which it is unreasonable to require them to do, or of making a mere jest of the interests of the minority.”7
Een correcte klassenindeling is ook van cruciaal belang omdat de rechter bij een eventuele cross class cram down-beslissing toetst of de tegenstemmende klasse goede grond had tegen het akkoord te stemmen, of dat deze klasse toch aan het plan kan worden gebonden.8 Zoals uiteengezet in §4.5.3 is het uitgangspunt dat de reorganisatiewaarde conform de rangorde wordt verdeeld over de klassen. Het is lastig na te gaan of aan dit uitgangspunt is voldaan, wanneer in één klasse schuldeisers met een verschillende rang zijn geplaatst.