Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/6.8:6.8 Conclusie
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/6.8
6.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491187:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Er is geen gemeenschap als één persoon is gerechtigd tot alle appartementsrechten (Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 376-377; Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/343).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
76. In dit hoofdstuk is onderzocht in welke gevallen een beperkt recht op een eigen zaak kan rusten, indien meerdere personen gezamenlijk zijn gerechtigd tot het beperkte recht en/of het moederrecht. Daarvoor moet worden beoordeeld of iemand aan het beperkte recht bevoegdheden kan ontlenen, die hem niet toekomen op grond van zijn (onverdeeld aandeel in) de eigendom van de bezwaarde zaak. Welke rechten iemand kan ontlenen aan een gemeenschappelijk goed, wordt bepaald door de volgende factoren:
de omvang van zijn onverdeeld aandeel (breukdeel) in de gemeenschap van het beperkte recht en/of het moederrecht;
de inhoud van een eventuele wettelijke regeling of een beheersregeling van de betrokken partijen (art. 3:168 BW); en
de redelijkheid en billijkheid (art. 3:166 lid 3 BW).
Vallen beperkt recht en moederrecht beide in een huwelijksgemeenschap, maar staat het ene goed onder het bestuur van de ene echtgenoot, terwijl het andere goed onder het bestuur van de andere echtgenoot staat, dan treedt geen vermenging op. De bestuursregeling voor de goederen van de huwelijksgemeenschap (art. 1:90, 1:97 BW) verhindert dat. In uitzonderlijke gevallen kunnen de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat wel vermenging optreedt.
Splitsing in appartementsrechten is een speciale vorm van gemeenschap.1 De akte van splitsing is een bijzonder type beheersregeling. Een in appartementsrechten gesplitst beperkt recht gaat daarom door vermenging teniet:
als beperkt recht en moederrecht op identieke wijze in appartementsrechten zijn gesplitst (een zogeheten spiegelsplitsing);
als de corresponderende appartementsrechten in beide splitsingen in handen zijn van dezelfde personen; en
als de redelijkheid en billijkheid zich niet verzetten tegen het optreden van vermenging.
Art. 3:81 lid 3 BW dient analoog toegepast te worden als een beperkt recht rust op een onverdeeld aandeel. Stel dat een hypotheek rust op een onverdeeld aandeel in een recht van erfpacht. De eigenaar van de bezwaarde zaak verkrijgt alle onverdeelde aandelen in de erfpacht. Door die analoge toepassing gaat de erfpacht gaat niet door vermenging teniet, omdat een hypotheek rust op een onverdeeld aandeel in de erfpacht. De hypotheekhouder heeft belang bij het voortbestaan van de erfpacht. Een beperkt recht gaat niet door vermenging teniet, als op een onverdeeld aandeel in dat beperkte recht, een beperkt recht van een derde rust. Het beperkte recht kan in dat geval ook worden gevestigd.
Stel dat een erfdienstbaarheid is gevestigd ten behoeve van twee heersende erven. De eigenaar van het dienende erf verkrijgt één van de heersende erven. De erfdienstbaarheid blijft volledig voortbestaan. Zij gaat niet gedeeltelijk door vermenging teniet. Een erfdienstbaarheid kan ook in die toestand worden gevestigd. Hetzelfde geldt voor andere afhankelijke beperkte rechten die ten behoeve van meerdere rechten worden gevestigd, zoals een hypotheek die tot zekerheid strekt van meerdere vorderingen.