Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties
Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/2.2.3.1.2:2.2.3.1.2 De tweede pijler
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/2.2.3.1.2
2.2.3.1.2 De tweede pijler
Documentgegevens:
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS350511:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook D. Blake, Pension Schemes and Pension Funds in the United Kingdom, Oxford (UK): University Press 2011, hoofdstuk 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het pensioensysteem als referentiekader speelt de kapitaalgedekte tweede pijler de belangrijkste rol. Kapitaaldekking vindt daarbij plaats buiten de risicosfeer van de sponsorende werkgever en buiten de risicosfeer van de overheid.1 Dit betekent dat het pensioenvermogen in een apart vehikel wordt ondergebracht en extern belegd. Het pensioenvermogen mag dus niet worden geïnvesteerd in de onderneming van de werkgever of als balansvoorziening bij de werkgever worden aangehouden. Helemaal buiten de risicosfeer van de werkgever en de overheid is een kapitaalgedekt pensioensysteemechter nooit. Indien bijvoorbeeld het extern ondergebrachte pensioenvermogen illusoir wordt, is de kans reëel dat burgers bij de overheid aankloppen voor hulp en financiering. Indien het pensioeninkomen van burgers door bijvoorbeeld een economische en financiële crisis uiteindelijk dermate wordt verlaagd dat het bestaansminimum in het gedrang komt, zal een beroep op een sociale uitkering worden gedaan. Uiteindelijk loopt de overheid dus altijd een risicomaar deze risico’sworden door een adequaat kapitaalgedekt pensioensysteem sterk verminderd. Dit vereist wel goede toezichtwetgeving. Dit alles betekent dus dat het pensioenkapitaal bij voorkeur wordt ondergebracht in separate zelfstandige pensioenfondsen, verzekeraars of andere professionele financiële aanbieders welke onder overheidstoezicht staan. Deze externe kapitaaldekking maakt een pensioensysteem minder afhankelijk van politieke invloeden en de staat van de openbare financiën. Immers, bij een pensioensysteem dat volledig is gebaseerd op omslaggefinancierde eerstepijlerpensioenen, wordt de hoogte van het pensioeninkomen sterk afhankelijk van politieke besluitvorming en de vraag of een overheid de in het vooruitzicht gestelde pensioenen nog wel kan uitbetalen. Ook leidt een kapitaalgedekt systeem in een vergrijzende samenleving tot beter houdbare openbare financiën vanwege de lagere kosten voor de eerste pijler. De opbouw van tweedepijlerpensioen is bij voorkeur inkomensgerelateerd zodat de uiteindelijke pensioenuitkering het actieve inkomen kan vervangen en hieraan gerelateerd is. Het is daarmee gericht op het in stand kunnen houden van de levensstandaard na pensionering. Het exacte ambitieniveau is minder relevant maar gestreefd kan worden naar een situatie waarbij gepensioneerden hun netto besteedbaar inkomen grotendeels op peil kunnen houden. De discussie die hierbij ontstaat is tot welk niveau pensioenopbouw als inkomensvervanger nodig/wenselijk is en vanaf welk niveau strikt genomen sprake is van vermogensvorming danwel het niet de taak is van de overheid om bij de opbouw van pensioen te assisteren. Daarover meer in het onderdeel 2.2.3.2.