Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.11.1.2
2.11.1.2 Versterking van de begrotingsdiscipline door trendmatig begrotingsbeleid
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Minderman 2000, p. 127.
Minderman 2000, p. 127.
Neergelegd in het Stabiliteits- en Groeipact, gewijzigde Verordening (EG) 1466/97 en 1497/97.
Minderman 2000, p. 128. Over de Europese begrotingsregels zie hoofdstuk 4.
Warmelink 1993, p. 188.
Minderman 2000, p. 132.
Deze voorschriften van het Ministerie van Financiën behelzen regels die betrekking hebben op de verantwoording van het voorgaande jaar, de begroting van dit jaar en de voorbereiding van de begroting voor het volgende jaar.
Zie bijvoorbeeld de Rijksbegrotingsvoorschriften 2017, paragraaf 4.4.1, www.rbv.minfin.nl.
Lingen 2001, p. 150.
Met de introductie van het trendmatig begrotingsbeleid werd de begrotingsdiscipline versterkt. Ten eerste omdat de beslismomenten werden teruggebracht tot één moment in de jaarlijkse begrotingscyclus,1 de zogenoemde ‘geïntegreerde besluitvorming’.2
Daarnaast is de versterking van de budgetdiscipline mede te danken aan de sterke rol van de Minister van Financiën – die toeziet op het handhaven van de begrotingsdiscipline door de verschillende vakministers. Zowel Minister van Financiën Kok in het derde kabinet Lubbers als Minister van Financiën Zalm onder de kabinetten Kok, wist strak de hand te houden aan het naleven van de begrotingsregels. 3De jaren 1994-1998 stonden bovendien in het teken van de toetreding van Nederland tot de EMU – welke toetreding in 1999 een feit werd. De (strenge) budgettaire eisen voor toetreding tot de EMU, een maximaal financieringstekort van 3% van het bbp en een maximale overheidsschuld van 60% van het bbp4, fungeerde voor minister Zalm tevens als stok achter de deur voor het handhaven van strenge begrotingsdiscipline.5
Als laatste duidt de toenemende gebondenheid van de Tweede Kamer aan de begrotingsregels zoals afgesproken in het regeerakkoord op een versterking van de budgetdiscipline. Bovendien duidt de toenemende gebondenheid van de Kamer op een zakelijke opstelling van zowel de regerings- en de oppositiefracties.6 In principe hebben de begrotingsregels alleen betrekking op de afspraken gemaakt binnen het kabinet. De regels hebben echter alleen betekenis als ze ook door het parlement – in dit geval dus de Tweede Kamer die de begroting kan amenderen – wordt gerespecteerd. In de praktijk nemen de Tweede Kamerleden deze regels bij het amenderen van de begroting in acht. Dat wil zeggen dat de leden van de Tweede Kamer, wanneer zij een amendement voorstellen voor verhoging van een uitgave, dit amendement voorzien van noodzakelijke financiële dekking. Dit is de zogenoemde compensatieregel. Minderman constateerde in 2000 dat de Tweede Kamer zich niet altijd hield aan de budgetdiscipline. De Tweede Kamer zag de regels budgetdiscipline vooral als een interne afspraak binnen het kabinet en voelde zich er niet aan gebonden. Minderman constateerde echter wel dat de jarenlange gedachtewisseling van de Tweede Kamer met de Minister van Financiën over (de wijziging van) de regels de binding aan deze regels wel heeft versterkt.7 Tegenwoordig wordt de compensatieregel eigenlijk altijd in acht genomen. In 2010 heeft de Tweede Kamer bovendien in een motie8 opgeroepen tot het wettelijk verankeren van de begrotingsregels. Bovendien vermelden de Rijksbegrotingsvoorschriften vanaf 20119 dat, hoewel niet verplicht, het gewoonte is dat de ‘Tweede Kamer in een amendement financiële dekking aanlevert’.10 Lingen wijt het bestaan van de compensatieregel aan het feit dat de Tweede Kamer reeds impliciet, dus materieel, heeft ingestemd met het budgettair kader (het totaal van de uitgaven en de inkomsten) bij de behandeling van de Miljoenennota.11 En daarnaast zijn bovendien in het regeerakkoord de uitgavenkaders al vastgesteld.