Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/10.7.2:10.7.2 Informatie over rechtspositie en vordering van de wederpartij; onderzoeksvragen c, d en e
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/10.7.2
10.7.2 Informatie over rechtspositie en vordering van de wederpartij; onderzoeksvragen c, d en e
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196916:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[396] In het derde scenario kan de rechtspersoon nadeel ondervinden van een reactie van de wederpartij op de onmiddellijke voorziening die conflicteert met zijn contractuele verplichting. Of dat nadeel zich manifesteert is afhankelijk van de rechtspositie van de wederpartij en van het succes van de vorderingen die hij op die rechtspositie baseert.
Het oordeel van de rechter die bevoegd is ter zake van de contractuele verhouding van de rechtspersoon, is voor de Ondernemingskamer een bron van informatie over de rechtspositie van de wederpartij. Als de onmiddellijke voorziening wordt getroffen, is er meestal (nog) geen oordeel van een bevoegde rechter voorhanden. De Ondernemingskamer dient zich dan te verdiepen in een hypothetisch oordeel, dat een bevoegde rechter vermoedelijk op grond van het toepasselijke recht geeft. Daarvoor heeft zij informatie nodig over het toepasselijke recht. Haar mogelijkheden om inzicht te verwerven in toepasselijk vreemd recht of toepasselijke arbitrale regelingen zijn beperkt. Daardoor blijven de rechtspositie van de wederpartij en diens proceskansen mogelijk onderbelicht.