Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.4
6.6.5.4 Prorogatie
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS430539:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
M. Sumampouw, 'Voorstel Verordening ouderlijke verantwoordelijkheid: een voorbeeld hoe het niet moet', in: H.F.G. Lemaire & P. Vlas (red.), Met recht verkregen (Joppe-bundel), Deventer: Kluwer 2002, p. 217; Th.M. de Boer, 1VILR 2002, p. 331, noot 45; Geimer/Schlitze (Dilger), VO (EG) 2201/2003 (EheVO), Art. 15, Anm. 5.
De verwijzingsmogelijkheden van de op basis van art. 12 bevoegde rechter worden beperkt wanneer sprake is van prorogatie ten gunste van de rechter van een lidstaat waarin een der personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 15 lid 3 sub d) of van de lidstaat waarvan het kind onderdaan is (art. 12 lid 3 sub c).
Kan de rechter wiens bevoegdheid ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid op de voet van art. 12 Vo-BI:Ibis door partijen is aanvaard, overgaan tot een forum non conveniens-verwijzing? De gekozen rechter verklaart zich bevoegd nadat partijen daarmee hebben ingestemd en de prorogatie in het belang van het kind is gebleken. In de literatuur is opgemerkt dat het dan moeilijk is voor te stellen dat dit gerecht zich op een later moment alsnog op basis van forum non conveniens-overwegingen onbevoegd verklaart.1 Uit te sluiten is zulks naar mijn mening echter niet. De rechter toetst op het tijdstip waarop de zaak bij hem aanhangig wordt gemaakt of de prorogatie in het belang van het kind is. De beoordeling vindt dus plaats bij het inleiden van de procedure. Denkbaar is dat de rechter op dat moment van oordeel is dat de prorogatie het belang van het kind dient, maar in de loop van de procedure wegens gewijzigde inzichten of veranderde omstandigheden tot een ander oordeel komt. De prorogatie blijft dan gewoon in stand, terwijl de rechter tot verwijzing van de zaak naar het gerecht in een andere lidstaat kan beslissen.2
Voorts is een forum non conveniens-verwijzing door de rechter wiens bevoegdheid is aanvaard denkbaar in het geval dat krachtens art. 12 lid 4 Vo-BI:Ibis de prorogatie geacht wordt in het belang van het kind te zijn. Dit artikellid bepaalt dat indien het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een derde staat — niet zijnde lidstaat — die niet gebonden is aan het HKbV 1996, de aanvaarding van bevoegdheid met name in het belang van het kind wordt geacht indien een procedure in de betrokken derde staat onmogelijk blijkt te zijn. Indien de bevoegdheid van bijvoorbeeld de Nederlandse rechter is gebaseerd op art. 12 lid 1 of lid 3 jo. art. 12 lid 4 Vo-BIIbis, en het kind zijn gewone verblijfplaats in de loop van de procedure vanuit bijvoorbeeld Zambia verplaatst naar Spanje, kan de Nederlandse rechter beslissen om de zaak op basis van art. 15 lid 3 sub a Vo-BIIbis naar de Spaanse rechter te verwijzen.