Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.4.8
2.4.8 Voorbeelden van uitgiften van beschermingsprefs die niet zijn getoetst
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS348252:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Brink, KBB: Lessen voor goed bestuur bij een Stichting Preferente Aandelen?, S&V 1999, p. 15-21.
Te herleiden uit Corporate Governance in Nederland 2002, De stand van zaken, p. 37.
Rb. Dordrecht 23 maart 2000, JOR 2000/80 (HBG/Boskalis). De rechtbank oordeelde dat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten dat de overeenkomst hen ook feitelijk enige tijd (i.c. 18 maanden) de ruimte zou geven om naar alternatieve oplossingen uit te zien ter versterking van hun positie ten aanzien van hun activiteiten.
Na overleg tussen Samas en Euronext werd uiteindelijk afgesproken dat Stichting Samas slechts op de helft van de uitgegeven beschermingsprefs het stemrecht zou uitoefenen, omdat Samas de cumulatieregels uit Bijlage X overtrad. Samas hanteerde immers naast de mogelijkheid om beschermingsprefs uit te geven certificering als beschermingsmiddel; te herleiden uit Corporate Governance in Nederland 2002, De stand van zaken, p. 53 en Ahrend en Samas geven ‘prefs’ uit, NRC Handelsblad 9 november 2000.
Waarover Kemperink, Van geluk gesproken; over KPN, het bod van América Móvil en de rol van de Raad van Commissarissen, Ondernemingsrecht 2014/67.
Persbericht van de stichting van 30 augustus 2013, te raadplegen via de website van de stichting, https://www.prefs-kpn.nl/.
Persbericht van de stichting van 11 november 2013, te raadplegen via de website van de stichting, https://www.prefs-kpn.nl/.
Persbericht van Stichting Preferred Shares Mylan van 23 juli 2015, te raadplegen via www.prefs-mylan.nl/wp-content/uploads/2015/05/150723-press-release-ENG.pdf.
In deze paragraaf noem ik een aantal mij bekende gevallen van uitgiften van beschermingsprefs dat niet aan een rechter is voorgelegd.
a. Buhrmann/Ahrend
Leverancier van kantoorartikelen en kantoorinrichting Koninklijke Ahrend N.V. (Ahrend) gaf in april 1989 beschermingsprefs uit aan Stichting Preferente Aandelen Koninklijke Ahrend N.V om zich te verweren tegen Buhrmann-Tetterode N.V. (later gefuseerd in KNP BT). Buhrmann had 51% van het gecertificeerde geplaatste aandelenkapitaal van Ahrend verworven en was voornemens om Ahrend in te lijven. In januari 1994 verkocht KNP BT haar belang in Ahrend.
b. WE International/KBB
In september 1998 gaf Koninklijke Bijenkorf Beheer (KBB) N.V. (KBB) beschermingsprefs uit aan de stichting continuïteit KBB om zich te wapenen tegen het ongevraagde en concurrerende bod van WE International op KBB.1 Vendex had daarvoor al een bod op KBB had uitgebracht en verhoogde daarop haar bod met 15%. KBB voelde meer voor een overname door Vendex. Uiteindelijk trok WE International zich terug. De beschermingsprefs bleven nog enige tijd daarna uitstaan bij de stichting, vermoedelijk om een voorstel tot wijziging van de statuten van KBB aangenomen te krijgen waarmee het mogelijk werd gemaakt om een juridische fusie van KBB met Vendex te effectueren, zodat de minderheidsaandeelhouders van KBB konden worden uitgekocht.2 Voor een besluit tot statutenwijziging was een gekwalificeerde meerderheid van ten minste drievierden vereist en met de steun van de stichting nam de kans toe dat het voorstel tot statutenwijziging werd aangenomen.
c. Boskalis/HBG
Hollandsche Beton Groep N.V. (HBG) en Koninklijke Boskalis Westminster nv (Boskalis) voerden sinds 1997 gesprekken over een bundeling van de baggeractiviteiten die door HBG werden uitgeoefend in dochtermaatschappij HAM. Op 25 februari 2000 liet Boskalis weten een fusie met HBG te willen aangaan en voornemens te zijn een openbaar bod uit te brengen op HBG van 1,3 miljard gulden. Op 27 februari 2000 oefende Stichting HBG de aan haar toegekende optie uit en werden door HBG beschermingsprefs aan de stichting uitgegeven, waarmee de laatste 50% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van HBG verwierf. Reden voor de stichting om tot het uitoefenen van de optie over te gaan was dat HBG met Boskalis voorafgaand aan het door Boskalis aangekondigde openbare bod in langlopende gesprekken niet tot overeenstemming kon komen over de wijze waarop vorm kon worden gegeven aan een samengaan van beide vennootschappen en dat, alles afwegende, bescherming van HBG onder de huidige omstandigheden noodzakelijk zou zijn.3 In deze zaak speelde nog dat HBG en Boskalis een standstill-overeenkomst hadden gesloten op grond waarvan Boskalis tot 15 mei 2000 geen openbaar bod op HBG mocht uitbrengen. De kortgedingrechter achtte het belang van HBG dat zij door dit bod ernstig wordt gehinderd in haar streven om in overleg met derden de positie van haar activiteiten te versterken, voorshands voldoende zwaarwegend om Boskalis te verbieden voor 15 mei 2000 een openbaar bod op HBG te doen.4 Het vonnis leidde ertoe dat Boskalis een nieuw openbaar bod zou moeten uitbrengen. Uiteindelijk werd HBG na door de Spaanse bouwer Dragados te zijn overgenomen door BAM Groep overgenomen. Nadat Ballast Nedam haar putoptie had uitgeoefend, werd HAM volledig door HBG – en dus uiteindelijk door BAM – ingelijfd.
d. Buhrmann/Ahrend en Samas
Nadat Ahrend en Samas Groep N.V. (Samas) op 4 oktober 2000 hadden aangekondigd juridisch te fuseren, maakte Buhrmann N.V. (in 1998 afgesplitst van KNP- BT) bekend een openbaar bod te doen op alle uitstaande certificaten van aandelen van zowel Ahrend als Samas dat 50% hoger zou zijn dan de slotkoersen van vóór de fusieaankondiging. Buhrmann was desgevraagd niet bereid een zes weken standstill periode in acht te nemen, waarop Stichting Samas en Stichting Preferente Aandelen Koninklijke Ahrend N.V op 8 november 2000 hun optie uitoefenden. Stichting Samas bezat ca. 49,7% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van Samas,5 terwijl Stichting Ahrend een belang verwierf van ongeveer 33% in Ahrend. Samas en Ahrend vonden dat Buhrmann hen te weinig gelegenheid gaf om het bod in beraad te nemen en de belangen van alle betrokkenen af te wegen. Volgens Ahrend en Samas stond door het bod van Buhrmann daarnaast de werkgelegenheid in de fusie-onderneming op de tocht. Buhrmann had namelijk aangekondigd de divisie kantoorinrichting af te stoten als het tot een overname zou komen. Uiteindelijk bracht Stonehaven, een gelegenheidscombinatie van twee grote beleggers in Ahrend (HAL en Egeria) die reeds 33% van het geplaatste kapitaal in Ahrend bezat, een openbaar bod in contanten uit op Ahrend en verkreeg uiteindelijk geheel Ahrend. Samas verkocht zijn divisie kantoorartikelen in contanten aan Buhrmann die zijn bod introk. Ook deze uitgiften van beschermingsprefs zijn niet aan een rechter voorgelegd.
e. América Móvil/KPN
Ik vermeld voorts de ontwikkelingen rondom Koninklijke KPN N.V. (KPN), alwaar Stichting Preferente Aandelen B KPN op 29 augustus 2013 haar optie uitoefende toen América Móvil, S.A.B. de C.V. (América Móvil) na eerst een partieel bod te hebben uitgebracht, op 9 augustus 2013 een voorstel deed om KPN over te nemen.6 Na de uitgifte van beschermingsprefs aan de stichting, hield de stichting 50% van het geplaatste kapitaal van KPN minus één aandeel.
Blijkens het persbericht van de stichting, is de stichting tot uitoefening van de optie overgegaan, omdat América Móvil in de ogen van het stichtingsbestuur willens en wetens zou hebben gekozen voor een vijandelijke benadering door:
niet eerst te pogen met KPN overeenstemming te bereiken over een fusieprotocol;
zonder overleg met KPN een biedingsbericht te formuleren en bij de AFM ter goedkeuring in te dienen.7
Daardoor zou het voor de stichting niet duidelijk zijn geweest wat de gevolgen van het bod voor KPN en haar stakeholders zouden zijn. Daarbij speelde vermoedelijk ook dat KPN voor de verkoop van haar 100%-belang in E-Plus aan Telefónica Deutschland de goedkeuring behoefde van de algemene vergadering. Het was hoogst onzeker of América Móvil, die toen 29,8% van het geplaatste aandelenkapitaal in KPN hield, goedkeuring zou verlenen. Die goedkeuring werd uiteindelijk zonder steun van de stichting verleend. Op 10 november 2013 diende het stichtingsbestuur het verzoek in bij KPN om een algemene vergadering bijeen te roepen waarin het voorstel tot intrekking van de beschermingsprefs aan de orde zou moeten worden gesteld. Het bestuur zag geen aanleiding meer om een besluit tot intrekking aan te houden.8 Deze zaak is niet aan een rechter voorgelegd.
f. Teva/Mylan
Ten slotte noem ik de uitgifte van beschermingsprefs door Mylan in 2015. Het Israëlische Teva dat één van de grootste producenten van geneesmiddelen ter wereld is, toonde interesse in een overname van Mylan en bood $ 40 miljard. De CEO van Mylan gaf aan zelfstandig te willen blijven en niets te zien in een overname van Mylan door Teva. Mylan was ondertussen bezig om het Ierse Perrigo in te lijven. Teva was niet geïnteresseerd in Perrigo. Op 23 juli 2015 besloot de stichting continuïteit om de optie uit te oefenen waarmee zij een 50% belang verwierf in Mylan. Reden voor de optie-uitoefening was volgens het persbericht van de stichting dat zowel Mylan als haar stakeholders in brede zin risico zouden lopen als gevolg van de onzekerheid en de dreiging die uitgaat van een mogelijke overname van Mylan door Teva.9 Op 27 juli 2015 kondigde Teva aan een onderdeel van de botox-producent Allergan over te nemen en geen bod uit te brengen op Mylan, waarmee het overnamegevecht van de baan was. De Mylan- casus is evenmin door een rechter getoetst.