Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.5.1
3.5.1 Onjuiste informatie en onrechtmatige informatie
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685475:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Van de Sande 2019a, par. 1.5.2.
Van de Sande 2019a, p. 33.
Zie bijv. Jansen 2019, onder 2.
Scholten 1984, p. 513 omschrijft de zuiver feitelijke sfeer ‘als men eigen handelen moest of mocht afstemmen op dat van een ander of op een situatie waarin een ander vertrouwen wekt’.
HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0219, NJ 2012/340 (’s-Hertogenbosch/Van Zoggel), rov. 3.5.1. Zie voor een voor de fidens succesvolle toepassing van deze maatstaf bijv. Hof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8554.
Zie ook de conclusie van A-G Spier voor ’s-Hertogenbosch/Van Zoggel, ECLI:NL:PHR:2012:BW0219.
Inlichtingen kunnen achteraf onjuist of onvolledig blijken. Ik noem die twee varianten – zoals gebruikelijk is in de literatuur – in één adem.1 Het is namelijk vaak slechts een kwestie van perspectief of een uitlating als onjuist of onvolledig, of als een combinatie daarvan moet worden aangemerkt.2
Wel bestaat een conceptueel verschil: onjuiste informatieverstrekking betreft een actieve handeling, terwijl bij onvolledige informatieverstrekking sprake is van een nalaten. Het niet volledig informeren leidt tot een normschending indien een plicht tot informatieverstrekking aanwezig is, terwijl onjuiste informatieverstrekking ook zonder een dergelijke plicht kan leiden tot aansprakelijkheid.3
Uit de rechtspraak volgt dat geen systematisch onderscheid wordt gemaakt tussen onjuistheid en onvolledigheid bij overheidsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige informatieverstrekking. Dat lijkt mij gelet op het ontbreken van een harde lijn tussen die twee begrippen juist. Een eventueel onderscheid tussen onjuistheid en onvolledigheid kan voldoende worden betrokken bij de beoordeling van de onrechtmatigheid van de inlichting.
Het aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor onjuiste informatieverstrekking beschermt dus het vertrouwen in een concreet geval dat verstrekte informatie juist is en dat een burger zijn handelingen daarop mag afstemmen.4 Onjuiste informatie is niet per definitie onrechtmatig. Daarvoor moet sprake zijn van bijkomende omstandigheden die maken dat een burger gerechtvaardigd kon vertrouwen op de hem verstrekte informatie. Of in een concreet geval sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen dat de overheid volledige en juiste informatie heeft verstrekt, geldt sinds het arrest ’s-Hertogenbosch/Van Zoggel uit 2012 – voor zowel informatieverstrekking van de overheid naar aanleiding van een concreet verzoek daartoe van een burger als actieve informatieverstrekking door de overheid – de volgende maatstaf:
“Het gaat in deze zaak om de vraag of een gemeente onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven aan een belanghebbende, naar aanleiding van een door deze gedaan verzoek, over de mogelijkheden die haar regelgeving — in dit geval een bestemmingsplan — die belanghebbende biedt en of die gemeente om die reden onrechtmatig heeft gehandeld jegens de belanghebbende. Het antwoord op die vraag hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder in de eerste plaats de inhoud van het gedane verzoek en hetgeen de gemeente daaromtrent heeft moeten begrijpen, en de aard en inhoud van de door de gemeente in antwoord daarop gegeven inlichtingen en hetgeen de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen. Eerst indien de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven, kan plaats zijn voor het oordeel dat het verstrekken van die inlichtingen, indien deze onjuist of onvolledig zijn, onrechtmatig is jegens de belanghebbende en dat de gemeente deswege jegens de belanghebbende aansprakelijk is doordat deze door die onjuiste of onvolledige inlichtingen, kort gezegd, op het verkeerde been is gezet.”5
Het antwoord op de vraag of onjuiste inlichtingen leiden tot overheidsaansprakelijkheid is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Concrete gezichtspunten zijn, zoals volgt uit de hierboven weergegeven rechtsoverweging, onder andere de duidelijkheid van het verzoek van een burger en de door hem gestelde vragen en de onjuistheid van het door de overheid gegeven antwoord.6