Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.3.1.1:10.3.1.1 Wetgevingsoverleg
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.3.1.1
10.3.1.1 Wetgevingsoverleg
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977202:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 2020/21, 35352, nr. 34.
Kamerstukken II 2020/21, 35352, nr. 29.
Artikel 3b lid 1 en 2 Wvo oud.; vgl. M. Laemers, ‘Informatief. Evaluatie Wet veiligheid op school, NTOR 2021, 4, p. 66-67, www.rijksoverheid.nl >2021/11/11> evaluatie wet op school.
Wet van 24 juni 2015, Stb. 2015, nr. 238.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aanscherping burgerschapsdoelstelling
Het gewijzigd wetsvoorstel van 17 november 2020 scherpt na het wetgevingsoverleg op 9 november 2020 de burgerschapsdoelstelling aan.1 Het parlementair overleg in de Kamer ziet met name op het leren en respecteren van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, met name de vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Het mondt uit in het indienen van het amendement-Van den Hul (PvdA), Kwint (SP) en Westerveld (GL) (nr. 29).2 Hieraan gaat een debat vooraf van Van Meenen (D66) en minister Slob (CU) over het ondertekenen van een identiteitsverklaring door ouders voor de toelating tot het reformatorische Van Lodensteincollege, over de seksuele diversiteit en over de zorg van de schoolbesturen voor een veilig schoolklimaat.3 Het debat is toegespitst op het verschil met de opdracht in de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie (2006). ‘Dat is vooral het meer gerichte inspectietoezicht’, houdt minister Slob de Kamer voor.
Ondertekenen van identiteitsverklaring en veilig schoolklimaat
In het overleg is de spanning tussen het door ouders laten ondertekenen van een identiteitsverklaring en de zorg van het schoolbestuur voor een veilig schoolklimaat door Van Meenen (D66) tot kern van het wetsontwerp genomen. Het voortdurend interrumperen van de minister leidt overigens tot vele onduidelijkheden in het debat. De minister blijft hameren op de vrijheid van onderwijs als het vertrekpunt van het wetsvoorstel, waarbij de zorgplicht van het schoolbestuur voor een veilig schoolklimaat evenwel niet uit het oog verloren mag worden. De plicht tot ondertekenen van een identiteitsverklaring valt volgens de minister binnen de grenzen van de vrijheid van onderwijs. Er is ook voldaan aan de eis dat de veiligheid op school gegarandeerd moet zijn op basis van de Wet sociale veiligheid op scholen (2015), waarop de inspectie toezicht houdt op de naleving van de zorgplicht en het door de school te voeren sociaal veiligheidsbeleid.4 De nieuwe wet ziet minister Slob als een aanvulling op dit wettelijke instrumentarium. De zorg voor een veilig schoolklimaat is een deugdelijkheidseis, waarop de inspectie toezicht houdt.
Ondanks de verdediging geeft minister Slob blijkbaar geen sluitend antwoord op het betoog van Van Meenen, waar deze dan ook geen genoegen mee neemt. Ook Westerveld (GL) benadrukt het dilemma van het tekenen van een identiteitsverklaring door ouders en het zorgen voor een veilig schoolklimaat voor de leerlingen. Beide kunnen niet naast elkaar bestaan: ‘een veilige school kent geen identiteitsverklaringen van ouders’. De minister kan Westerveld evenmin overtuigen.