Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.2.3:6.2.3 Taalanalyse
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.2.3
6.2.3 Taalanalyse
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180267:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een derde instrument dat de medewerkers van de IND ter beschikking staat om de herkomst vast te stellen, is de taalanalyse (zie hoofdstuk 3.2. voor een uitgebreidere beschrijving van dit instrument). Een taalanalyse wordt door medewerkers van de IND ingesteld als:
R: [Als] ik niet door de verklaringen of de vragen ben overtuigd dat de asielzoeker daar vandaan komt waar hij stelt vandaan te komen.1 R: Bijvoorbeeld als de herkomstcheck te summier is geweest.2
Medewerkers zeggen in principe vrij te zijn om zelf te besluiten tot het inzetten van de taalanalyse. Maar ze zijn zich ervan bewust dat het niet voor iedere gestelde herkomst mogelijk is, dat het instrument duur is en dat ze de behandeling van de aanvraag dan in de Verlengde Asielprocedure zullen moeten voortzetten. De meeste medewerkers zetten het instrument dus uitsluitend in als ze niet op een andere manier kunnen vaststellen of de asielzoeker zijn herkomst in voldoende mate heeft onderbouwd. Het instrument wordt met name ingezet bij asielzoekers uit landen ten aanzien waarvan beleid wordt gevoerd dat erop neerkomt dat wanneer de herkomst vaststaat al snel een vergunning wordt verleend. Daardoor is enkel de herkomst van de asielzoeker bepalend voor vergunningverlening.3 De meeste medewerkers noemen taalanalyses een bruikbaar middel om iemands herkomst vast te stellen.
I: In wat voor gevallen [stel je een taalanalyse in]?
R: Als je twijfelt of iemand wel ergens vandaan komt en taalanalyse is een goed middel om dat vast te stellen. Meestal worden tijdens het eerste gehoor kennisvragen gesteld. Als je er dan toch niet helemaal uitkomt, kun je tot een taalanalyse beslissen. Als je ondanks het herkomstonderzoek toch niet helemaal zeker bent. Dat het een beetje in het midden blijft hangen.
I: Maar, en dat toch niet helemaal zeker zijn. Kun je dan niet anders dan een taalanalyse in te stellen.
R: Nee, om twijfels weg te nemen. Je wil ook niet iemand inwilligen die er helemaal niet vandaan komt. Die helemaal geen recht heeft om hier te zijn. Daar wil je toch zeker van zijn. Taalanalyse is dan vaak een heel duidelijk hulpmiddel.4
Ook al worden taalanalyses door de meeste medewerkers als een bruikbaar instrument gezien, in de praktijk worden ze weinig ingezet:
I: Dus je doet bijna nooit een taalanalyse? R: Nee, misschien drie keer in vijf jaar?5
Taalanalyses worden vooral ingezet als er naar aanleiding van de herkomstcheck nog twijfel bestaat over de herkomst van de asielzoeker:
R: […] Dat zijn dure onderzoeken, dus, dan moet je wel zeker weten dat hij daar vandaan komt.
Op een gegeven moment, krijg je in zo’n eerste gehoor, iemand is ongedocumenteerd, anders begin je er geeneens aan, en die is toch wat vaag waar hij vandaan komt. Hij kan drie vragen wel beantwoorden. Vijf vragen weet hij niets van en zes heeft hij fout. Dan zou je een bepaald risico kunnen nemen, van op basis daarvan ga ik op pseudo inzetten, zonder verder onderzoek, want ik geloof het niet. Maar er is op enig moment ook een soort kantelmoment, dat zit hem aan de ene kant weer op het referentiekader van betrokkene, maar het zit er ook in van welke vragen wist hij nou wel en welke niet. Kijk. Wist hij niet het bushokje, maar wist hij wel eeh de bibliotheek, omdat hij zegt: ik hield erg van lezen, maar ik ging nooit met de bus. Ja, weet je, daar moet je ook weer een beoordeling van maken, wat mag ik van hem verwachten. Ja, dat kwartje kan dan van ik geloof hem helemaal niet, omvallen naar het zou kunnen, naar hij komt er vandaan. Op een gegeven moment zit het dan hier (twijfel) en dan is het zinnig om een goede inschatting te maken. Dan kun je besluiten om een taalanalyse aan te bieden. Omdat dat dan, je geeft hem dan de gelegenheid om zijn verhaal op een andere manier aannemelijk te maken, als zowel ons de mogelijkheid om helderheid te krijgen.
I: Ja. Want dan werkt het niet denk je, om nog maar meer vragen te stellen over de herkomst?
R: Nee, want als de verhouding hetzelfde blijft, in de dingen die hij wel en niet goed vertelt. Dan kun je wel vragen blijven stellen. Eerst deed hij er vijf van de vijfentwintig fout en dan doet hij er twintig op de honderd fout, ik bedoel. Die verhouding blijft dan hetzelfde, dan kun je ellenlang door blijven vragen.6
Het gevolg van een taalanalyse kan zijn dat iemand wordt aangemerkt als een ‘interne pseudo’. Dat betekent dat iemand wel uit het land afkomstig is waar hij vandaan stelt te komen, maar niet uit het gebied.
R: Kijk, wat je wel doet, een taalanalyse daar wordt erg veel waarde aan gehecht. Het is een deskundigenrapport en het bepaalt eigenlijk gewoon de insteek van de geloofwaardigheid. We proberen hem regelmatig te vragen, weet je het echt zeker. Let op die taalanalyse. Meneer blijft volharden.
I: Hoezo blijft meneer volharden?
R: Volharden in dat hij daar vandaan komt, ook al heeft hij een negatieve taalanalyse en kan hij er verder ook geen goede uitleg over geven. Dan wil ik toch zeker weten, dat de problemen waar hij het over heeft ook in dat land plaatsgevonden hebben. Je kan het ook hebben over een interne pseudo, want we noemen die mensen dan pseudo’s. Een interne pseudo [komt wel uit het land], althans er is onvoldoende info om hard te maken dat hij er niet vandaan komt, maar [is tijdens het] herkomstonderzoek echt door het ijs gezakt.7
In de rapporten van de taalanalyse wordt de mate van waarschijnlijkheid uitgedrukt dat iemand afkomstig is uit het door hem gestelde gebied. Ik vroeg medewerkers van de IND hoe ze deze waarschijnlijkheidsgradaties toepassen in hun beoordeling. Niet iedere medewerker was ervan op de hoogte dat er in de rapporten verschillende waarschijnlijkheidsgradaties gebruikt worden:
I: En als zo’n taalanalyse terug komt, dan volgt daar een conclusie uit. Ik neem aan dat als daar staat: hij is zeker niet afkomstig uit dat gebied, dan is dat zeker niet zo. Als er staat: zeker wel: dan is dat wel zo, maar bij die tussencategorieën?
R: Er zijn geen tussencategorieën bij taalanalyse. Het is eenduidig wel- of eenduidig niet zo.
I: Nee, er zit geen tussencategorie in?
R: Nee
I: Ah, dat is wel handig.
R: Ja, het is een goed middel. Eenduidig niet, dat wordt door native speakers en linguïsten vastgesteld. Het is niet zoals bij documenten een waarschijnlijkheid, aan eeh zeker…. I: Aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid? R: Ja, die heb je niet bij taalanalyse.8
Ik vroeg medewerkers ook of zij een taak hebben bij de invulling van de vergewisplicht. Daarop antwoordden alle medewerkers dat ze erop vertrouwen dat de kwaliteit van het onderzoek elders in de organisatie wordt beoordeeld.
I: Want je bent er wel altijd overtuigd dat de informatie uit ambtsberichten en onderzoeken juist is?
R: Ja, die worden gecontroleerd, daar vertrouw ik helemaal op.
I: En bij taalanalyses bijvoorbeeld, ga jij dan nog na. Kun jij nog nagaan?
R: Nee, want door BLT, daar zijn een aantal linguïsten, die zijn gecheckt en dan ga ik er gewoon vanuit dat het goed is. 9
Er wordt uitsluitend een korte administratieve check gedaan. Bureau Land en Taal van de IND zorgt voor het vergewissen:
R: Er is een vergewisplicht. Dan komt er een heel kort briefje bij dat iemand anders daar naar heeft gekeken. Vervolgens kijk je even of de personalia en alles klopt.10
Medewerkers zijn over het algemeen erg overtuigd van de zekerheid die taalanalyses kunnen verschaffen:
I: Heb je wel eens met de uitslagen van taalanalyses te maken?
R: Ja, en het klopt ook altijd.
I: Hoe weet je dat?
R: Ja natuurlijk twijfel ik wel eens, van hoe kunnen ze dat nou weten. Wij hebben ook de ‘SR’ gedaan, de speciale regeling, ofwel het Generaal Pardon. Dat was in 2007. Een vrij ruim pardon. Mensen konden ook identiteitherstel doen. Alles mochten ze herstellen. En eigenlijk elke taalanalyse die ik heb gezien, die klopte. Want die hebben ze hersteld. Hadden ze ineens toch een paspoort uit Nigeria. Of dat de Armeen echt niet uit Iran, maar uit Armenië kwam. Dat was echt wel in 99% van de gevallen terecht.
I: In de literatuur is nog wel eens discussie over het instrument.
R: Ja. Maar we hebben ook wel eens een presentatie gehad van een taalanalist dat je het als je tot je twaalfde ergens gewoond hebt, je dat altijd kunt achterhalen. […] Dat schijnt toch wel iets te zijn wat je kunt achterhalen. Ik geloof dus echt in het instrument. Eerst dacht ik nog van: hmm, klopt dat wel? Maar nu ben ik echt overtuigd.
I: Welke gevallen zet je die in?
R: Als mensen niet handig uit de herkomst komen, geen papieren hebben of geknoeide papieren. Ja, dan zet je hem in.11
Er zijn echter ook medewerkers die niet volledig overtuigd zijn van de betrouwbaarheid van het instrument:
I: Ik vind deskundigenrapporten interessant omdat die worden ingezet als er onzekerheid is. Die onzekerheid wordt met behulp van die rapporten verminderd. Wat ik me afvraag is in hoeverre de beslismedewerker dan nog iets van die rapporten kan vinden? Geven die harde informatie die je toepast, of geven die informatie die je verder in de mix van dingen moet gooien?
R: Het grondidee is volgens mij dat je harde informatie krijgt. Je vraagt een deskundigenadvies omdat je verwacht dat je daarmee sterker staat. Dus. En dan, bij taalanalyse speelt mee dat daar een wetenschappelijke methode aan ten grondslag ligt, in de praktijk zijn daar wel heel aardige dingen mee voorgevallen, maar goed.
I: Wat dan?
R: Ik schrok wel, want misschien weet je nog wel dat we hier een tijdje een tentenkamp voor de deur hebben gehad? Dat waren vooral veel Somaliërs. Om die mensen tegemoet te komen is toen toegezegd om de taalanalyses van een aantal van die mensen nog eens goed onder de loep te nemen. Daar kwam uit dat, ik weet niet hoeveel, maar 2 of 3 taalanalyses bleken niet goed te zijn. Procentueel vond ik dat veel te hoog, om er nog heel erg op te kunnen vertrouwen. Helemaal als je pretendeert dat het wetenschappelijk is.12
Samengevat kan worden vastgesteld dat taalanalyse niet vaak wordt ingezet door medewerkers van de IND. Zij doen dit vooral als zij twijfel hebben over de herkomst van de asielzoeker, die niet op een andere manier weggenomen kan worden. De resultaten van de taalanalyse worden door de medewerkers van de IND als harde feiten beschouwd, ook al hebben sommige medewerkers wat twijfel over de ‘hardheid’ van die informatie.