Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.2
11.7.2 Reikwijdte van het begrip ‘kosten van vervoer’
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258545:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237.
HvJ EU 11 mei 2017, nr. C-59/16 (The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën), ECLI:EU:C:2017:362, r.o. 25.
In dat kader kan ook gedacht worden aan toeslagen als de Bunker Adjustment Factor (een brandstoftoeslag), de Currency Adjustment Factor (een toeslag ter compensatie van koersverschillen) en de High Cube-toeslag (een toeslag voor containers met afwijkende maat), zie Rechtbank Noord-Holland 15 juli 2010, nrs. AWB 08/8005 tot en met AWB 08/8023, ECLI:NL:RBHAA:2010:BN4170.
Conclusie 33 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de behandeling van kosten voor het wegen van containers.
Ten aanzien van artikel 8, lid 1, onderdeel e, Verordening (EEG) nr. 1224/80 heeft het Hof van Justitie in het Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster-arrest overwogen dat onder het begrip ‘kosten van vervoer’ moet worden verstaan:1
“De „kosten van vervoer" omvatten alle hoofd- en nevenkosten die verband houden met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Gemeenschap.”
In het The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën-arrest voegt het Hof van Justitie ten aanzien van artikel 32, lid 1, onderdeel e, ten eerste, CDW (artikel 71, lid 1, onderdeel e, ten eerste) daaraan toe dat het, voor de vraag of kosten als kosten van vervoer worden aangemerkt, van belang is dat de kosten:2
“[…] verband […] houden met de overbrenging van goederen naar het douanegebied van de Unie, ongeacht of die kosten inherent zijn aan of noodzakelijk zijn voor het feitelijke vervoer van die goederen.”
Hoewel deze overweging enkel ziet op onderdeel e, ten eerste (‘kosten van vervoer en verzekering van de ingevoerde goederen’), lijkt mij voornoemd oordeel van het Hof van Justitie ook relevant bij de interpretatie van (thans) artikel 71, lid 1, onderdeel e, ten tweede, DWU (‘de met het vervoer verband houdende kosten van het laden en behandelen van de ingevoerde goederen’).
Vanwege de ruime interpretatie die het Hof van Justitie geeft aan het begrip ‘kosten van vervoer’, zullen de volgende kosten ook daaronder worden begrepen: bepaalde vervoerstoeslagen voor gevaarlijk transport,3 haven- en luchtvaartgelden in het land van vertrek, overlaadgelden (daaronder begrepen kosten voor tijdelijke opslag bij verandering van de vervoersmodaliteit voor binnenkomst in het douanegebied van de EU), kosten voor het wegen van containers in het land van uitvoer4 en de huur- en verpakkingskosten voor container- en ander soortelijk vervoer.5