Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.4.2:7.3.4.2 Vuistregels voor een redelijke verdeling van de bewijslast
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.4.2
7.3.4.2 Vuistregels voor een redelijke verdeling van de bewijslast
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940650:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Koopman 1996, par. 3.4.1 behandelt verschillende schrijvers die een poging hebben gedaan om een werkbare set vuistregels te formuleren. In par. 3.4.2 zet hij de vuistregels op een rij.
Zie bijvoorbeeld Scheltens (losbl.), p. 635-636, Albert 2005, p. 158-161 en De Blieck e.a. 2009, p. 66.
Zie Koopman 1996, par. 3.4.2, Feteris 2007, p. 306, Meyjes/Van Soest, Van de Berge & Van Gelderen 1997, p. 109, Langereis & De Roos 2010, p. 218.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Degene die zich ter bepaling van de bewijslastverdeling wenst te oriënteren op de invulling en de toepassing van de open redelijkheidsnorm, is aangewezen op de bestudering van fiscale jurisprudentie. Om wat meer houvast te hebben, zijn er in de literatuur verschillende rechtsnormen afgeleid uit die jurisprudentie, veelal in de vorm van vuistregels.1 Analyse van de literatuur levert in dat kader steeds ongeveer dezelfde hoofdregel en verbijzonderingen in subregels op.2 Ik kom op basis van die literatuur tot de volgende vier regels van bewijslastverdeling:
Hoofdregel: Wie stelt, moet het (begin van) bewijs aandragen.
Deze algemeen erkende hoofdregel is als volgt uit te werken in twee vuistregels:3
voor positieve heffingscomponenten (elementen die de heffingsgrondslag of het te betalen belastingbedrag verhogen) geldt dat de bewijslast in eerste instantie op de inspecteur rust;
voor negatieve heffingscomponenten (elementen die de heffingsgrondslag of het te betalen belastingbedrag verlagen) geldt dat de bewijslast in eerste instantie op de belastingplichtige rust.
Van de partij die het meeste belang heeft bij de toepassing van een wettelijke bepaling, wordt dus ook het bewijs gevraagd van de toepasselijkheid van die bepaling. Op hem rust de stelplicht, de primaire bewijslast en het bewijsrisico.
Subregels:
Wie zich beroept op de juistheid van feiten of omstandigheden die ongebruikelijk en/of onverwacht zijn, moet desgevraagd eventuele twijfel daaromtrent wegnemen.
Indien bewijsnood veroorzaakt wordt door onbehoorlijk handelen van een partij, dan kan deze bij wijze van sanctie effectief de bewijslast van het tegendeel toebedeeld krijgen.
Bewijs moet worden geleverd door de meest gerede partij. Dat kan betekenen dat de ene partij gehouden is mee te werken aan het vergaren en leveren van bewijs voor (onderdelen van) een stelling van de wederpartij.