Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.1
9.7.2.1 Inleiding
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977423:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kloek & Tilmans 2002, p. 3.
De Winter 1995, p. 129 en ´Code van de straat ondermijnt democratie. Schep situaties waarin kinderen tolerant gedrag kunnen leren´, NRC 20 augustus 2005, p. 7.
V. van Achter, Kwaliteit van het onderwijs. Over vier aanspraken van jongeren op goed onderwijs, Leuven: Acco 1998.
W. Veugelers, Pedagogische opdracht en arbeid voor docenten in het a.v.o en beroepsonderwijs, (diss. UvA), Amsterdam: Thesis Publishers 1993.
W. van Walstijn, ‘Dat doet de burger goed…’, Visietekst, Reflexief, juni 2006.
Ter Horst 2007, Van Aalsum 2011, p. 113-116 en De Winter 2011.
Veugelers 2007.
Na de opvoedingsleer van voorgaande klassieke sociaalpedagogen beschrijf ik enige aspecten van het hedendaagse denken over burgerschapsvorming Met name twee contemporaine sociaalpedagogen, De Winter en Van Achter hebben regelmatig de doelen en legitimiteit van burgerschapsvorming beschreven.1 De Winter publiceert in 1995 zijn dissertatie Kinderen als medeburgers2, van Van Achter verschijnt in 1998 het essay Kwaliteit van het onderwijs.3 Ook Veugelers heeft in 1993 in zijn dissertatie Pedagogische opdracht en arbeid voor docenten in het a.v.o. en beroepsonderwijs ruimschoots bijgedragen aan de doelformulering van burgerschapsvorming in de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie.4
Burgerschapsvorming met het oog op de bevordering van de sociale cohesie tussen individuen en groepen is van groot belang in de plurale samenleving.5 Er kan niet langer worden teruggegrepen op de collectief gedeelde waarden- en normenpatronen van het nationalisme en vaderlandslievendheid. Gesignaleerde trends als pluralisering, individualisering, secularisering en globalisering beïnvloeden in sterke mate de maatschappelijke (ver)houdingen. Instituties hebben nog maar een marginale invloed op de maatschappelijke (ver)houdingen en gedragingen van de generaties. Het is om deze reden dat er voor burgerschapsopvoeding in de open plurale, sociale en culturele contexten het pedagogisch kwintet van bescherming, verzorging, leren van regels, inleiding in betekenissen en inwijding in geheimen verschijnt.6 Een democratische houding en een zekere loyaliteit aan de democratie zijn vereist voor een verbindend democratisch burgerschap als levenswijze.7 Op de bevordering hiervan ga ik hierna in op de sociaalpedagogische theorieën van De Winter, Van Achter en Veugelers.