Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/II.4.7
II.4.7 Een blik op de nabije toekomst: het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242845:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 2, p. 2-3; en Kamerstukken II 2018/19, 34 491, 7, p. 2-8 (NvW).
Zie Handelingen II 2019/20, 34 491, 46.
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 3, p. 1 (MvT).
Zie het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, p. 1-11. Voor de volledigheid wijs ik erop dat het op 1 juli 2013 ter consultatie voorgelegde voorontwerp wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het vastleggen van een monistisch bestuursmodel voor de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij wél in een wettelijke basis van het monistische bestuursmodel voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen voorzag. Zie het voorontwerp monistisch bestuursmodel bij de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij, p. 1-3. Dit voorontwerp is uiteindelijk in het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen geïntegreerd, zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 3, p. 4 en 14-15 (MvT).
Zie de memorie van toelichting bij het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, p. 3.
Zie bijvoorbeeld Advies Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht d.d. 6 mei 2014, p. 5-6; Reactie van CMS Derks Star Busmann, p. 1; Reactie van Houthoff Buruma, p. 2-3; Reactie van het Instituut voor Ondernemingsrecht, p. 2-3; Reactie van Loyens en Loeff, p. 10; Reactie van NautaDutilh, p. 2; Reactie van Pellicaan Advocaten, p. 1; Reactie van Simmons & Simmons, p. 9; en Reactie van het ZIFO, p. 2.
Advies Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht d.d. 6 mei 2014, p. 5-6.
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 3, p. 4 (MvT).
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 2, p. 2-3.
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 5, p. 3 (Verslag).
Zie onder anderen Blanco Fernández 2016, p. 35-36; De Jongh, Ondernemingsrecht 2017/102; en Van Uchelen-Schipper, WPNR 2018/7209, p. 745.
Zie Kamerstukken II 2018/19, 34 491, 6, p. 1-2 (NV); en Kamerstukken II 2018/19, 34 491, 7, p. 1-8 (NvW).
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 491, 2, p. 9-10. Zoals ik in § II.4.2 al schreef, bestaat thans discussie over het antwoord op de vraag of vennootschappen met een verzwakt regime voor een monistische bestuursstructuur kunnen kiezen. In § VI.5.6 ga ik hier uitvoerig op in.
In de nabije toekomst krijgt het monistische bestuursmodel meer vaste voet aan de grond. Op 8 juni 2016 diende het Ministerie van Veiligheid en Justitie namelijk een voorstel in tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met de uniformering en de verduidelijking van enkele bepalingen omtrent het bestuur en de raad van commissarissen van rechtspersonen. Het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen voorziet onder meer in een wettelijke grondslag voor de instelling van het monistische bestuursmodel bij stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.1 Het wetsvoorstel is op 28 januari 2020 aangenomen door de Tweede Kamer.2
Het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen beoogt de regeling voor bestuur en toezicht bij stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen aan te vullen en te verduidelijken.3 Het is tegen deze achtergrond opmerkelijk dat de eerste schets van de voorgestelde regeling niet in een wettelijke basis van het monistische bestuursmodel voor laatstgenoemde rechtspersonen voorzag.4 Dit was een bewuste keuze van de minister. Van een in de praktijk bestaande behoefte aan het monistische bestuursmodel bij stichtingen en verenigingen was hem niet gebleken.5 In de commentaren op het voorontwerp werd deze keuze heftig bekritiseerd.6 Zo gaf de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht aan dat de opvatting van de minister niet strookte met haar bevindingen. Zij had tenslotte gezien dat een one tier-model met uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders in de praktijk veelvuldig werd gehanteerd.7
De minister nam de kritiek ter harte.8 In het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen stelde hij voor alle bepalingen omtrent bestuur en toezicht naar Titel 1 van Boek 2 BW te verplaatsen. Zo ook de wettelijke regeling inzake het monistische bestuursmodel. Voorgesteld werd art. 2:129a/239a BW samen met een aantal andere bepalingen die betrekking hebben op de one tier board over te hevelen naar een nieuw in te voeren art. 2:9a BW. Hierdoor zou de regeling voor alle rechtspersonen gaan gelden.9
De leden van de D’66-fractie voelden weinig voor de voorgestelde verplaatsing.10 Ook in de literatuur werden vraagtekens geplaatst bij de uniformering van de regels over bestuur en toezicht.11 Naar aanleiding van het commentaar in de literatuur en de Tweede Kamer trok de minister de voorgestelde verplaatsing bij nota van wijziging in. In plaats daarvan stelde hij voor de regels voor bestuur en toezicht per type rechtspersoon in Boek 2 BW op te nemen.12
Het gevolg is dat het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen nauwelijks wijzigingen aanbrengt in de thans geldende wettelijke regeling van het monistische bestuursmodel voor NV’s en BV’s. De enige noemenswaardige wijziging is dat het monistische bestuursmodel wordt opengesteld voor vennootschappen met een verzwakt structuurregime.13 Het is desalniettemin interessant een blik te werpen op de gesneuvelde voorstellen. Voor zover relevant, behandel ik deze voorstellen in de volgende hoofdstukken thematisch.